
Al een tijdje stond het in mijn agenda: 28 maart Runner’s World Zandvoort Circuit Run. Ik loop al een tijdje op recreatieve basis, maar dit zou een eerste grote wedstrijd zijn over een afstand langer dan 5 kilometer. Met het lekkere weer van de laatste weken heb ik nog redelijk wat meters kunnen maken, dus ik had er vertrouwen in zondag op weg naar de race!
Op het centraal station van Amsterdam bleek al dat er meer mensen op weg waren naar Zandvoort. Lopers in trainingsoutfit bij de kaartautomaat en we (ik liep de race samen met een vriendin) waren al veroordeeld tot een plekje op de trap terwijl de train nog niet eens vertrokken was. In de trein nog mooi tijd voor de laatste voorbereidingen: chip vastmaken tussen je veters, banaantje eten, rugnummer voorzien van medische gegevens en opspelden. Oeps! Speldjes.. Ik vraag of mijn vriendin extra speldjes mee heeft, maar nee, ze had ook gehoopt dat ik die wel had. Goed, dat zouden we nog wel even op locatie regelen.
Bij elke stop vult de trein zich meer en meer met mensen op weg naar de race. De conducteur roept om dat het opvalt dat er zoveel sportieve mensen aan boord zijn, en of zij met hun slanke figuren in willen schuiven, zodat iedereen mee kan. Aangekomen op station Zandvoort laten de eerste signalen van gezonde spanning zich zien. Hoeveel tijd hebben we nog? Wat moet er nog gebeuren? Eerst nog even naar de wc, tas wegbrengen, en oja, speldjes regelen.
In een lang lint van opgewekte sportievelingen lopen we richting circuit. Er staat een stevig windje, en we merken op dat we die tegen hebben op het strand. Maar we hebben lekker getraind, daar komen we wel doorheen. Op het circuitpark is het al aardig druk, rijen mensen voor toiletblokken, wij sluiten ons daar ook bij aan en regelen in de rij uiteindelijk ook onze speldjes. De tijd vliegt en we moeten uiteindelijk nog aardig doorlopen naar het startvak. Dan is het zover: in het startvak worden we nog even opgewarmd door de speaker en GO: daar gaan we!
Op karakter
Die eerste meters gingen volledig op de adrenaline, wat loopt dat makkelijk! Onder de vrolijke klanken van diverse carnavalskrakers loop ik over het circuit, dat meer heuvels kent dan ik had verwacht. Een mooi gevoel om met zoveel mensen bezig te zijn met hetzelfde doel. Dan draaien we het strand op. Ik hoor lopers om me heen al zeggen, nu gaat het echt beginnen. En inderdaad, dat bleek ook zo te zijn. De wind joeg, het zand mul, m’n enkels zwikten wat, en het was zoeken naar een tactische plek. Dicht bij het water was de ondergrond wat steviger, maar ving je volle wind, en hogerop liep je wat meer beschermd in het mullere zand. Onderweg reikten kinderen stukjes sinaasappel en drinken aan. Steeds weer probeerde ik vooruit te kijken, buigt het lint al af richting duinen? Er leek even geen eind aan te komen, totdat daar opeens weer de strandopgang was! Daarna zouden we op verharde weg met windje in de rug op de finishlijn aflopen.
![]() |
Bovenaan de strandopgang stond het publiek ons goed aan te moedigen en het dweilorkest zorgde ook voor vrolijkheid. Die harde klinkers onder m’n voeten voelde goed, en ik kon het tempo weer een beetje opschroeven. De laatste kilometers door de dorpsstraten waren fantastisch. Langs de kanten enthousiast publiek, muziek, mensen die eten en drinken aanbieden, een feest! Bij het passeren van het station herkende ik de route die we eerder die dag naar het circuit hadden gelopen.