Comrades Marathon
Op vrijdagochtend heb ik bij de apotheek eerst nog even een vitamine B shot laten inspuiten om een opkomend griepje tegen te gaan. Ik had die ochtend nog niet gegeten en ging van die rommel in mijn bil bijna van mijn graad. De zuster was enigszins gestrest en het leek haar verstandiger om de Comrades maar niet te rennen. Na vijf maanden trainen (met vijf halve marathons, een hele en twee korte ultra’s) is dat natuurlijk niet echt een optie...
Vrijdagmiddag vloog ik met vrienden naar Durban, heerlijk met z’n allen in huisje van Mick aan de kust overnacht. Zondagochtend stond ik om 03.15 uur op, zodat ik om 05.30 uur aan de start in Durban te staan. Er hadden zich circa 19 duizend man gekwalificeerd voor de race. Eén daarvan was iemand van Magnolia, mijn runnersclub, deze goede man is 79 jaar (de één na oudste deelnemer)! Ik stond naast hem aan de start, het zou zijn twintigste Comrades worden. Diep, diep respect!
Het parkoers voor dit jaars Up-run was veelbelovend, de eerste 35 kilometer uphill en daarna 52 kilometer bergachtig terrein met een hoogteverschil van 900 meter. Men heeft het hier over de ‘big five’ hills op het parkoers.
De eerste 30 kilometer gingen redelijk voortvarend, ik voelde me ok en lag goed op schema voor een sub 11 uur finish. Toen kwam het derde bergje (Botha’s hill) en gingen mijn benen langzaam protesteren. Ik ben iets rustiger gaan rennen om wat kracht te sparen. Het half way point (na 44 kilometer) bereikte ik in 5:14, nog steeds op schema maar toch wat pijn in het lichaam.
Daarna zou het downhill gaan, maar naar mijn idee kwam de vierde berg wel erg snel. Via de luidsprekers hoorde ik dat de winnaar inmiddels al gefinisht was in 5.28. Ongelooflijk! Stukken gelopen omdat mijn benen niet meer wilden. Na een hoop geploeter de top bereikt, zo’n zestig kilometer zat er op en nog een kleine dertig te gaan. Een zwaar moment, je bent redelijk af maar moet nog zo’n stuk.
Gelukkig toen wat downhill, ofschoon mijn benen ook daar eigenlijk geen zin meer in hadden. Ik herinnerde me dat een vriend mij mailde dat ik knettergek was. Ik was het er helemaal mee eens. ‘Dit is echt de laatste keer’, heb ik mijzelf wel tien keer verteld!
Ondertussen veel eten en drinken. Elke drie kilometer was er een waterpunt (met powerade, cola, aardappelen, chips, zoet, etc.). ik had zelf ook zakjes USN vloeibaar voedsel/energie bij me, wat overigens erg vies spul is. Tijdens het rennen heb ik dan ook lang nagedacht of ik na de finish spare ribs of een Big Mac zou gaan eten. Bij één van de medische hulpposten ben ik een keer gestopt voor vaseline (een hoop geschaaf na zoveel uur rennen) en een keer voor een korte beenmassage. Volgens de massage dame zou dit mijn spierpijn verlichten...?
Toch kwam ik op één of ander manier op mijn tweede (derde) adem en ging het redelijk goed tussen de zestig en vijfenzeventig kilometer. Ik liep toen een tijdje in een zogeheten ‘bus’ mee. Zo’n bus wordt geleid door een ‘driver’, die een vlaggetje met een specifieke finishtijd op zijn rug heeft. Op zich lekker want je loopt in een groep en kunt in hun tempo lopen, nadeel is dat je eigen ritme vaak anders is. De 1e sub 11 bus moest ik zo rond de zeventig kilometer laten gaan, de 2e iets later toen we de laatste klim van de dag deden. Deze berg heet Polly’s Short. Om vast wat te wennen ga je eerst Little Polly’s op, dan naar beneden, en dan de gewone Polly’s. Na bijna tien uur rennen was er niets, maar dan ook helemaal niets, Little of Short aan deze Polly! Wat een gevecht, ik had op een gegeven moment kilometers waar ik tien minuten over deed, mijn benen konden niet meer!
Uiteindelijk haalde ik de top en toen kon de afdaling naar Pietermaritzburg beginnen. Nog acht kilometer te gaan. Inmiddels wilde mijn hele lichaam rust en had ik het zo gehad met al dat vloeibare voedsel. Het was heerlijk om de afstandsborden niet meer dubbele cijfers te zien. Met nog twee kilometer te gaan heb ik de Nederlandse vlag tevoorschijn gehaald (zo’n grote, die tijdens het WK op mijn dak wapperde) en om mijn nek gedaan. Een hoop gejuich van mensen langs de kant. Over de hele route staan ook zoveel mensen; aan begin van een klim leek het soms wel Alpe d’Huez.
De aankomst in het stadion van Pietermaritzburg was fantastisch. Een hoop mensen van Magnolia en vrienden waren aan het klappen. De laatste 500 meter gingen vanzelf. Met een grote glimlach en de vlag boven mijn hoofd finishte ik in 11.14 uur; ik voelde me absoluut top. Ik kreeg zowel mijn ‘up’ medaille als mijn ‘back-to-back-finish’ medaille. Op mijn drieënveertigste zo blij met een stukje metaal aan een lint...
Inmiddels terug in Pretoria, gisteren pizza en chocolade voor diner, vanavond hetzelfde. Beetje spierpijn maar voel me verder vrij goed. Ik vraag me af of ik het toch nog een keer onder de elf uur kan doen...
Frank Burgers


