
Na de Spelen van Montreal in 1976 hebben officials van de DDR overgebleven doping in de Canadese rivier de St. Lawrence gedumpt. Dit concludeert historicus Gary Bruce van de Waterloo University die onlangs de kans kreeg de Berlijnse Stasi-archieven door te spitten.
Oost-Duitsland presteerde in de jaren '70 uitzonderlijk goed en eindigde met 40 gouden plakken op de tweede plaats in het medailleklassement. Ook al bestond er in die tijd argwaan over de bovengewone prestaties, pas na de val van de muur kwam naar buiten dat er sprake was geweest van georganiseerd dopinggebruik. De atleten hadden meestal geen idee dat de voorgeschreven medicijnen daadwerkelijk anabole steroïden waren. Later bleek dat voormalige topsporters leden aan diverse aandoeningen, waaronder kanker en leverproblemen, en dat vrouwelijke atleten kinderen kregen met geboorteafwijkingen.
In de documenten die historicus Bruce heeft ingezien wordt het Oost-Duitse dopinggebruik bevestigd, maar niet geheel opgehelderd. Slechts één van de negen pagina’s die over het dopingbeleid tijdens de Canadese Spelen gaan, is overgebleven. Bruce ontdekte een hoofdstuk met de weinig verhullende titel Vernietiging van de overgebleven speciale medicijnen. Hierin staat beschreven dat men ongeveer 10 koffers met medische verpakkingen en naalden in de rivier St. Lawrence heeft laten zinken.
Waarom de spullen in de rivier moesten worden gedumpt, wordt niet vermeld. Volgens Bruce zijn er weinig redenen om legale medische producten naar de bodem van een rivier te doen verdwijnen.