
Toen ik nog werkte bij een communicatiebureau, kwam ik regelmatig bij klanten op een bedrijventerrein. In mijn Citroen DS -god hebbe haar ziel- doolde ik door schier eindeloze straten, die het begrip ‘lelijk’ diepte gaven en waar als na een nucleaire ramp geen levend organisme te bekennen was. Brokken piepschuim dwarrelden in de nimmer aflatende wind tegen de grijze gebouwen op. Zelfmoord was geen gekke gedachte.
Desondanks verkeerde ik een paar weken geleden, geheel vrijwillig op een bedrijventerrein in Leusden. De geduldige vrouw die tegenwoordig aan mijn raam kleeft en waarvan men beweert dat ze met satellieten in contact staat, gidste me naar een eenzaam parkeerplaatsje voor een grote grijze loods. Rademaker Sports, hier moest het zijn. Ik belde aan en belandde tot mijn verrassing in een uitermate prettige ontmoeting.
Het magazijn van Anneke en Koos Rademaker is een walhalla van nieuwe hardloopsnufjes. Aerodynamische kleding, meedenkende hoofdlampjes, astronautenvoedsel en loopschoenen die je aan een ketting moet leggen anders rennen ze vanzelf weg.
Nadat ik mijn vingerafdrukken overal op had achtergelaten, vertelde Koos tijdens een kopje thee over zijn rijke (ultra)loopervaringen. "Maar vergis je niet", waarschuwde hij, "hardlopen heeft ook een donkere kant."
De donkere kant van het hardlopen. Ik krijg meteen een visioen van Darth Vader, joggend in een loeistrakke hardlooplegging: "the force is strong with this one." Maar afgelopen zondag, tijdens de Rotterdam Marathon, begreep ik wat Koos Rademaker werkelijk bedoelde.
Langs de kant stonden duizenden gezinnen te blauwbekken, omdat vader zijn banaan aangereikt moest krijgen. En dat is nog maar het topje van de ijsberg. Maandenlang was er het ronkende geluid van een non stop draaiende wasmachine, alles om de loopkleren steeds weer op tijd schoon te hebben. Ik denk dat de aarde een graadje is opgewarmd door al die extra wasjes en douchebeurten. Op zondag waren er soms niet eens moeders om het vlees aan te snijden, want het heilige schema had drie uur D1 gezegd en daarmee amen. En over de laatste week zullen het maar niet al teveel meer hebben: hoeveel partners of complete families hebben niet dagen achtereen met lange tanden pasta moeten kanen?
Marathonlopen, het is een nogal een opgave, lang niet alleen voor de loper. Maar toen ik na 2 uur en 59 minuten als een gelukkig mens over de finish kwam, ontdekte ik zonder twijfel de meest sinistere kant van het lopen. Wie dacht dat Tantalus het ooit zwaar had met het water en het fruit dat verdween als hij ernaar uitreikte, die heeft nog nooit na de finish van een marathon, gewikkeld in een miniem plastic dekentje, bibberend in de gure wind, naar de kleedkamer hoeven strompelen. Wat een hel.
Tim van der Veer
April, 2010
Meer columns van Tim