Het is al enige tijd geleden dat Runner’s World het laagland verliet en zich in hogere sferen begaf. Is het gedaan met hoogtetraining of is het een mediastilte voor de storm? We peilden de populariteit van deze trainingsmethode nu er goedkope alternatieven zijn. Ook voor recreanten!
Wetenschappers en trainers buitelen al decennia over elkaar heen waar het de effecten van hoogtetraining betreft, die nimmer overtuigend zijn bewezen. Na de eerste successen van Kenianen in de jaren zestig volgde een vloedgolf van winnende Oost-Afrikanen, die allen op grote hoogte bleken te leven. Een exodus van westerse toppers naar hogere sferen was het resultaat, maar inmiddels zijn die trainingslocaties in de kantlijn beland van menig interview of wedstrijdverslag.
Toch zoekt Paula Radcliffe telkens weer haar heil in het Franse Font Romeu en het Amerikaanse Albuquerque, verkiest Paul Tergat vooral de hooggelegen rode aarde van Kenia, en beramen Haile Gebrselassie en Kenenisa Bekele hun snoodste plannen op de 3300 meter hoge Entoto-bergketen, even buiten Addis Abeba. Maar waarom trainde Luc Krotwaar (vijftiende in de WK-marathon, Helsinki), bekend van langdurige stages in Kenia, ‘beneden’ in het Duitse Bad Durheim? Waar haalde Simon Vroemen de extra zuurstof die hem in staat stelde het Europees record op de 3000 meter steeple opnieuw te kraken?
Eind vorige eeuw kwam een reeks nieuwe theorieën over hoogtetraining in zwang. Naast de aloude hoogtestage (hoog in de bergen trainen en leven) werd geëxperimenteerd met combinaties van hoog trainen en laag leven (op zeeniveau) en andersom: hoog leven en laag trainen. Finnen en Oost-Duitsers liepen aanvankelijk voorop met dit onderzoek, maar nieuwe vindingen maakten het ook andere sporters makkelijk...
Het volledige artikel staat in de nieuwe Runner's World die nu in de winkel ligt. Bekijk hier de inhoudsopgave
Tekst: Ysbrand Visser
[20-10-05]