Geboren lopers


Op het wereldkampioenschap veldlopen, op 28 maart in Amman, zal Ethiopië wederom een dominante rol vervullen. Net als op de 5000 en de 10.000 meter en de marathon. Hoe is het mogelijk dat een ontwikkelingsland zo veel talent voortbrengt?

Wie iets wil begrijpen van het hardlopen in Ethiopië en getuige wil zijn van de kracht en elegantie van zijn inwoners, moet op straat zijn voor zonsopkomst. Het is koud tussen vier en vijf uur ’s ochtends in de hoofdstad Addis Abeba, die op 2400 meter boven zeeniveau ligt. De straten zijn grijs en leeg. Af en toe rijdt een taxi voorbij en in de verte klinkt de roep van een muezzin, die de gelovigen aanspoort tot bidden. Een paar straatlantaarns branden, maar Ethiopië heeft niet genoeg geld om ze de hele nacht aan te laten.

De mensen zorgen hier voor de verlichting. Eén voor één duiken ze op als gele, rode en groene stippen, een zee van lichtgevende T-shirts en trainingsbroeken. Iemand verstopt
een schoon shirt onder een boom, anderen beginnen gewoon te rennen. Sommigen hebben geen schoenen aan. Ze lopen ogenschijnlijk moeiteloos door de stad in de richting van
het Meskelplein, voorbij het Hiltonhotel en het paleis van de premier. Elke ochtend lopen ze over de autoweg naar het noorden en verlaten de stad voor één of twee uur, of langer, tot
de zon opkomt en de taxi’s weer bezit nemen van de stoffige straten van Addis Abeba.

Elke ochtend trekken duizenden jonge mannen en vrouwen in Addis Abeba eropuit voor een training. Ze gaan daarna naar huis om ’s middags te rusten, en ’s avonds lopen ze weer. Hun land is een van de armste ter wereld – iedere tweede persoon is hier werkloos – en de gemiddelde Ethiopiër heeft een levensverwachting van slechts vijftig jaar.

Lees het volledige artikel in de nieuwe Runner’s World,
die vanaf donderdag 26 februari in de winkel ligt.






[23 februari 2009]
Tekst: Tobias Haberl
Foto’s: Olaf Unverzart / Periscope Creative

 


     

volg ons