
![]() |
De dopingjacht van de diverse instanties is even gerechtvaardigd als op drift geraakt. Met drie voorbeelden, waaronder een onthulling van een nieuwe dopingzaak, laakt organisator en atletenmanager Jos Hermens de huidige gang van zaken.
Jos Hermens: 'Zoals we met doping in onze sport omgaan, is niet bedrijfsmatig. Er zitten mensen in die instanties die doping willen aanpakken, maar er zitten ook mensen die het fantastisch vinden om iedereen te pakken, ook als je een echte fout hebt begaan. Ze genieten ervan. Ze zijn er trots op. In een bedrijf zou je dat soort idioten eruit gooien. Ik wil echt geen zaken onder het tapijt vegen, maar wel de atletiek goed verkopen.
Zo onthult Hermens dat een van zijn atleten momenteel onder verdenking staat vanwege het gebruik van de anabole steroïde testosteron. Hermens: 'Die atleet of atlete zat jarenlang op een verhouding van 1:4,1, 1:4,3 of 1:3,8, terwijl een ratio van 1:6 geoorloofd was. Nu blijkt het wereld dopingagentschap WADA die grens ineens te hebben verlegd tot 1:4.
Mijn atleet krijgt het recent gewonnen prijzengeld voorlopig niet en moet maar afwachten.'
Bij testosteron is het gebruikelijk om een 'betrapte' atleet vervolgens in een periode van drie maanden drie keer onaangekondigd te controleren. In Nederland gebeurt dat minder dan tien keer per jaar. Zo kan worden bekeken of er sprake is van een puur natuurlijke ratio, waarna de betrokken atleet wordt vrijgesproken van dopinggebruik.
Volgens Frans Stoele, beleidsmedewerker van het Nederlands Centrum voor Dopingvraagstukken, is de ratio 1:4 per 1 januari 2005 van kracht geworden, maar is er totaal geen ruchtbaarheid aan gegeven. Stoele: 'Nee, het heeft niet tot extra publicaties of discussies geleid, ook niet bij ons. Het staat wel op de vrij toegankelijke dopinglijst op onze website.' Hermens stelt dat managers en coaches van niets wisten en de atleet nu, zeker mentaal, met de gebakken peren zit. 'Bovendien', aldus Hermens, 'loop je van zo'n ratio geen meter harder. Dat gebeurt pas als je op 1:30 zit.'
Hermens: 'In mijn eigen loopbaan wist ik precies wat er in Finland gebeurde: testosteron en bloeddoping. Maar als ík een heel laag testosterongehalte had, mocht ik dat niet eens aanvullen tot normaal. Wijlen Manfred Donike (dopingonderzoeker en -jager; YV) zei me in het begin van de jaren negentig dat tachtig procent van alle sporters in 1980 testosteron gebruikte. Het stond wel op de lijst, er kon ook getest worden, maar men wist zich geen raad met die ratio.'
Een andere atlete uit de stal van Hermens, de regelmatig voorbij de zeven meter springende Braziliaanse Maurren Maggi, stond in 2004 en 2005 aan de kant omdat ze gepakt werd op een stof die in een ontharingscrème zat. Hermens: 'Dat heeft ze in alle onschuld gebruikt. Zelfs haar dokter had het niet door. Ze deed het bovendien wel vaker, maar had nu de pech dat er vlak nadien onaangekondigd werd gecontroleerd. Braziliaanse journalisten hebben dezelfde crème gebruikt en bleken ook positief.
Ik heb voor haar geknokt bij de IAAF. Het is een meisje die een foutje beging en absoluut onschuldig is. Het doet me echt pijn: dat heel veel mensen onschuldig worden gepakt. Vooral ook in die hele hausse rond nandrolon: belachelijk. Dieter Baumann heeft zeker geen nandrolon gebruikt, alleen was zijn verweer, dat het in de tandpasta zou zitten, niet zo sterk gekozen.'
Tot slot bekritiseert Hermens, zoals Ellen van Langen eerder deed, het systeem ('Whereabouts') dat vereist dat atleten hun verblijfplaats aan de dopinginstanties doorgeven, opdat ze onaangekondigd gecontroleerd kunnen worden. Op het kantoor van Hermens is iemand daar heel veel tijd mee zoet en dan nog is het onvermijdelijk dat de dopingcontroleur, enkele maanden later, voor een dichte deur staat. Alsof atleten maanden van tevoren weten dat ze een middagje afwezig zijn.
[11-12-2005]
Ysbrand Visser