Het vergeten protest
![]() |
Na een rumoerig verlopen fakkeltocht beginnen vandaag in Beijing de Olympische Spelen. Niet voor het eerst fungeert het grootste sportfestijn ter wereld als podium voor protestacties.
Tijdens de Olympische Spelen in München (1972) hadden Vince Matthews en Wayne Collett, de respectievelijke winnaars van goud en zilver op de 400 meter, besloten dat ze tijdens hun huldiging de olympische etiquette aan hun laars zouden lappen.
Beide sprinters wilden zo in de voetsporen treden van hun landgenoten Tommie Smith en John Carlos, die vier jaar eerder (Mexico, 1968) de wereld schokten door op het ereschavot de zwarte pantergroet te brengen. Net als hun voorgangers wilden Matthews en Collett geweldloos protesteren tegen de sociale en maatschappelijke achterstand van Afro-Amerikanen.
Amerikaanse officials hielden het tweetal al voor de huldiging in de gaten, omdat het vermoeden bestond dat ze wat in hun schild voerden. Dat bleek juist: toen het Amerikaanse volkslied klonk, namen beiden plaats op de hoogste trede van het ereschavot. Matthews en Collett kletsten vervolgens door de muziek heen, stonden geen seconde stil en lieten duidelijk merken niet erg onder de indruk te zijn van de ceremonie protocollair. Zo was ook hun kleding niet op orde.
Toen het publiek de provocaties signaleerde, weerklonk boegeroep vanaf de tribunes. Toen ze van het podium afstapten, hief Collett uitdagend zijn vuist naar het publiek. Het Amerikaanse Olympische Comité reageerde direct. Matthews en Collett werden onmiddellijk uit het team gezet en voor het leven geschorst.
Het vreedzame burgerrechtenprotest van Matthews en Collett werd niet veel later overschaduwd door de gewelddadige gijzeling van 11 Israëlische atleten door een Palestijnse terreurgroep. Bij een mislukte bevrijdingsactie kwamen gijzelaars allemaal om het leven.
[8 augustus 2008]
Peter Klooster


