
![]() |
De in de Verenigde Staten studerende atlete Susan Kuijken behaalde op 19 november een knappe 27e plaats tijdens de nationale Amerikaanse veldloopkampioenschappen.
RW: Hoe verliep de wedstrijd?
Kuijken: ‘Heel chaotisch. Ik heb natuurlijk al twee keer meegedaan aan het WK cross voor junioren, dus ik had wel een idee hoe het eraan toegaat bij grote races. Maar bij de Nationals was het gewoon nog drukker dan ik had verwacht. Ik denk wel dat er een verschil in mentaliteit is tussen Amerikaanse atletes en Nederlandse. Vanaf het begin van de race gaan de Amerikanen er helemaal voor, terwijl Nederlanders meer behouden zouden starten, om verder in de race te kijken of er nog een mogelijkheid is om te versnellen. Zeker op een parcours als dit, met veel modder en een paar lang gestrekte heuvels. Amerikanen zijn absoluut niet bang om helemaal kapot te gaan in een race. Het is echt de dood of de gladiolen. Sommige meiden lopen daardoor heel hard, maar ik denk dat een groot gedeelte nooit echt goed leert hoe ze een race moeten indelen omdat ze zichzelf keer op keer over de kop lopen in de eerste mijl. Bij de Nationals was ik er al voor gewaarschuwd dat de eerste mijl hard zou gaan. En dat was inderdaad waar. Ik wist dat ik zó moest starten dat ik het gevoel had dat het iets te hard was, maar niet veel. Je wil natuurlijk vanuit een goede positie door proberen te schuiven naar voren. Iedereen weet dat als je na de eerste mijl 200ste ligt, dat je geen 30ste meer wordt. Na een mijl lag ik rond de 53ste plaats en na een lichte versnelling in de tweede mijl bleef ik eigenlijk de hele race ronde de 40ste positie lopen, tot de laatste 800m. Constant passeren anderen je links en rechts en zelf passeerde ik ook constant anderen. Dat is ook heel anders dan een race in Europa, waar de posities meestal niet zo extreem veranderen. De meiden die te hard waren gestart in de eerste mijl mochten dat in de laatste km weer inleveren. Vooral omdat mijn laatste 800 meter heel sterk was en ik op het laatste stuk nog veel loopsters inhaalde (de laatste zelfs OP de finishlijn), kon ik nog doorschuiven naar een 27ste plaats. En hiermee was ik natuurlijk hartstikke blij.’
RW: Hoe bevalt het studeren en trainen aan de Florida State University?
Kuijken: ‘Heel erg goed, de combinatie maakt het perfect. Ik wil dat mijn studie me de tijd geeft om hard te lopen, maar van de andere kant is het soms ook lekker om afleiding te hebben. Het is erg motiverend om in een team te lopen en ik moet zeggen dat het ook wel heel erg motiverend in dat ik de lange tights het hele jaar door in de kast kan laten hangen. Verder heeft FSU hele goede faciliteiten en begeleiding voor de sporters, wat het allemaal een stuk makkelijker maakt. In Nederland (ik studeerde eerst Biomedische Wetenschappen in Nijmegen) had ik soms het idee dat ik als sporter werd tegengewerkt, terwijl in Amerika meer met de sporter wordt meegedacht en wordt gekeken hoe zowel uit ‘academics’ en ‘sports’ het maximale kan worden gehaald, door het goed te combineren.’
RW: Over welke faciliteiten kun je beschikken die je in Nederland niet hebt?
Kuijken: ‘Het eerste wat in me opkomt is ‘the ice tank’. Dit is een ijsbad waar ik vooral na belastende trainingen, zoals een baantraining, in stap. In Amerika zie ik sowieso veel meer dat atleten preventief ijzen. Als ik maar een klein pijntje ergens heb staat een verzorger klaar om me in te wikkelen met ijs in folie. In het ijsbad stap ik dus gewoon na een training en naast het ijsbad is nog een warm bad voor de afwisseling. Het is altijd even doorbijten om in het ijsbad te stappen, maar de volgende dag merk ik dan weer dat het de kou helemaal waard was. Voor de rest heb ik alle faciliteiten die ik in Amerika heb ook in Nederland, bij mijn club Seven Hills Running Team.’
RW: Krijg je waardering voor je prestaties van medestudenten en docenten, of je ben je gewoon een van de vele sporters?
Kuijken: ‘Medestudenten en docenten laten vaak weten dat ze het erg goed vinden wat ik doe. In het begin moest ik er een beetje aan wennen dat mensen me herkennen van de Seminoles website (dat is de collegesports website van FSU) en zo dus weten wat ik bij wedstrijden doe. Ik heb vooral veel reacties gekregen toen ik na mijn overwinning in de South Region Cross Country Championships, was verkozen tot South Region Athlete of the year. Voor gewone studenten en docenten die niks van atletiek af weten is het natuurlijk makkelijker om te oordelen over een award zoals deze, dan over een 27ste plaats bij Nationals.’
RW: Heb je goed en vriendschappelijk contact met ploeggenoten/trainingsmaatjes?
Kuijken: ‘Ik woon samen met twee vriendinnen uit mijn team en verder doe ik geregeld dingen samen met andere vrienden in het team. Het team is toch een beetje je familie hier. Ik zie iedereen elke dag en we gaan vaak met het hele team op trips, zoals trainingsstages en wedstrijden. Als we geen wedstrijd in het weekend hebben en elkaar officieel niet hoeven te zien, zoeken we elkaar toch op en doen dingen samen. Dus behalve trainingsmaatjes en ploeggenoten kun je veel mensen uit het team ook gewoon mijn vrienden noemen.’
RW: Hoe ziet je dagindeling er uit?
Kuijken: ‘De maandag, woensdag en vrijdag zien er hetzelfde uit. Afgelopen semester was dat: op de campus van 9.00 tot 14.15. In deze tijd volg ik colleges, maar er zit ook een pauze in van meer dan een uur. Tussen mijn laatste college en de training is de perfecte tijd om met mensen in Nederland te praten, via het internet. Elke dag om 15.30 trainen we met het hele team tot ongeveer 18.00 uur. Daarna kook ik vaak met mijn huisgenoten en is er nog wat tijd voor studie of om wat leuks te doen. Op dinsdag en donderdag heb ik om 6.30u al mijn eerste training, vaak een korte duurloop en krachttraining. Daarna heb ik tijd om uit te rusten tot mijn eerste college om 11.00 uur. Dat duurt tot 14.00 en de rest van de dag ziet er hetzelfde uit als op maandag, woensdag en vrijdag.
RW: Wat zijn je toekomstplannen?
Kuijken: ‘Voor het baanseizoen 2007 heb ik twee doelen. Dat zijn de finale NCAA outdoor op de 1500 meter en de finale op dezelfde afstand bij het EK voor atleten jonger dan 23 jaar. Qua plaatsing in de finale weet ik nu niet precies hoe ik er voor sta, maar ik ga natuurlijk op beide toernooien voor het hoogst haalbare. Verder wil ik graag mijn pr’s op de 1500 en de 5000 meter aanscherpen. In het crossseizoen hoop ik mijn prestatie van het afgelopen jaar bij de NCAA’s the verbeteren, dus ik ga op z’n minst voor een top 26. Voor de verre toekomst heb ik geen precieze plannen. Ik heb wel dromen en ja, de woorden Olympische Spelen komen erin voor. Het lijkt me een goed plan om er alles aan te doen om die dromen uit te laten komen!’
[15 december 2006]
Peter Klooster