Lopen op de snelweg naar de hel (3)

Heidi Janssens en Dirk Van Thuyne namen als het Gore-Tex Runner's World-team deel aan de Gore-Tex Transalpine Run, een achtdaagse trailwedstrijd van in totaal 305 kilometer. Op deze pagina's leest u over hun voorbereiding en wedstrijd.

[Lees hier deel 1: De voorbereiding]
[Lees hier deel 2: Etappe 1-2-3-4]

Etappe 5: Prettau im Ahrntal (It) – Sand in Taufers (It) (34,4 km - 1800 hm)

Om zo goed als mogelijk te recupereren van de zware inspanningen hebben we gisteren de pastaparty met aansluitende briefing overgeslagen en zijn we gaan eten in de dichtstbijzijnde pizzeria. Daardoor hebben we onaangenaam nieuws gemist. Op papier was etappe 5 namelijk één van de gemakkelijkste, maar daar is plots verandering in gekomen. Een aardverschuiving noopte de organisatie tot een wijziging waardoor het parkoers nu vijf extra kilometers en driehonderd extra hoogtemeters telt.
De eerste dagen hadden Heidi en ik telkens last van stijve spieren, maar vreemd genoeg is de ochtendlijke spierpijn plots helemaal verdwenen. We verbazen ons over het feit dat het menselijk lichaam zich zo snel aanpast. Na het startschot gaat het gelijk bergop. In de verte zien we dat de Schotse leiders al meteen een fikse voorsprong op de rest hebben genomen. Zij dartelen dan ook tegen een gemiddelde snelheid van 12 km/u over de Alpen en Dolomieten.

Met veel regen was de weersvoorspelling ‘archislecht’, maar gelukkig vergist ook de plaatselijke Frank Deboosere zich wel eens. We nemen het hem zeker niet kwalijk, want we moeten opnieuw klimmen tot boven 2500 meter. De Bretterscharte is wel de laatste klim die boven deze grens uitsteekt.
We zien weer veel valpartijen en daarom roepen we deze dag uit tot de dag van de bruine kontjes. Zowat iedereen heeft inmiddels een paar moddervegen op de kleren. Zeker voor de mensen die in het bivak verblijven, is het niet evident om de kleren te wassen en vooral om ze droog te krijgen.
De extra lus van vijf kilometer is best pittig te noemen. Bovendien krijgen we te maken met saboteurs. Net voor onze neus jaagt een boer zijn koeien over het wandelpad, waardoor we even halt moeten houden. Maar we maken ons weinig zorgen, want we zitten comfortabel binnen de tijdslimieten. De laatste kilometers lijkt Heidi wel gebeten door één of ander insect, want plots begint ze te vliegen. Tegen hoge snelheid gaat het richting aankomst wat blijkbaar indruk maakt op de toeschouwers. Zelfs onze trouwe volger Michael is verrast, want hij staat nog langs het parkoers te wachten, terwijl we al lang aangekomen zijn.


Etappe 6: Sand in Taufers (It) – Sankt Vigil (It) (39,7 km – 1512 hm)

Wanneer ik 's morgens om 5.15 uur in de spiegel kijk, is het toch even schrikken. Het gegroefde en ongeschoren gezicht aan de andere kant herken ik nauwelijks. Dat scheren is overigens een probleem. 's Morgens heb ik er geen tijd voor en na de wedstrijd heb ik er geen zin meer in. In het deelnemersveld ben ik overigens zeker niet de enige met een wilde baardgroei.
Oorspronkelijk moest dit de zwaarste etappe worden, met meer dan 3000 hoogtemeters, maar door omstandigheden moest de organisatie de eerste beklimming schrappen. In deze fase van de wedstrijd zijn we daar niet echt rouwig om, want nu mogen we meer dan twintig kilometer hollen over lichtgolvende asfaltwegen. Als bewoners van het vlakke land is dit een kolfje naar onze hand. Het is dan ook geen toeval dat we net in deze etappe ons beste resultaat (27e plaats in het dagklassement) laten optekenen.
Toch bevat de tweede helft van het parkoers nog een klim. En wat voor één. De Kronplatz is al enkele jaren de schrik van de deelnemers aan de Ronde van Italië. Ook bij ons doet hij pijn, want we moeten meer dan twee uur klimmen om het hoogteverschil van ruim 1300 meter te overbruggen. Het laatste stukje naar de top is moordend. Net op deze plaats wordt Heidi verrast door een cameraman die haar lijden filmt. Maar dat is niet zo erg, want we zijn boven. Veel tijd om te genieten van het uitzicht nemen we niet, want we storten ons meteen in de afdaling. Die is niet zo technisch, waardoor we er goed de vaart kunnen in houden. We zijn nog nooit zo vroeg binnengekomen en blijven dan ook lang plakken in het atletendorp in de aankomstzone. Onder een stralend zonnetje spoel ik een bordje pasta door met maar liefst drie blikjes cola. We tellen inmiddels al zes streepjes, nog twee te gaan.


Dag 7: Sankt Vigil (It) – Niederdorf im Pustertal (It) (42,195 km – 1963 hm)

Dag 7 van de Transalpine Run kondigt zich rampzalig aan. Heidi heeft wat last van keelpijn, terwijl bij mij het rechterscheenbeen hardop begint te protesteren. Nochtans staat er ons vandaag een etappe te wachten over de volledige marathonafstand. Met twee stevige beklimmingen zullen we opnieuw onze grenzen moeten verleggen.
Tijdens de aanvangskilometers fluistert Heidi meermaals ‘Dit heeft geen enkele zin meer.’ Ik ken haar intussen al een beetje en zwijg wijselijk. Na de eerste bevoorrading beginnen we aan de beklimming van de Forcella Sora Forno (2380). Organisator Wolfgang had gisteravond nog gezegd dat dit volgens hem de allermooiste etappe was en we kunnen niet anders dan hem gelijk geven.

In het zicht van de top zien we één van de dokters die op de moto de wedstrijd volgt. Hij geeft Heidi wat magnesium om opkomende krampen in de kuit tegen te gaan. Na de top volgt er een heel technische afdaling. Had ik deze beelden op voorhand gezien, dan zou ik nooit deelgenomen hebben. Ik heb namelijk nogal wat last van hoogtevrees. Maar vreemd genoeg heb ik hier geen schrik en kom ik vlot voorbij deze moeilijke passage. Nou ja, vlot. Alles is natuurlijk relatief. 's Avonds zie ik op de dagfilm namelijk mannen die hier gewoon blijven doorlopen, zonder de ketting vast te pakken.

De afdaling betekent wel een regelrechte aanslag op mijn scheenbenen. Het rechter deed al pijn en nu laat ook het linker van zich horen. We verbijten de pijn. Het werkelijk schitterende uitzicht op de Pragser Wildsee helpt daarbij. Daar is ook de tweede bevoorrading en we blijken al een voorsprong van net geen twee uur op de tijdslimiet te hebben.
Na twee bekers sportdrank, een gelleke, enkele stukken droog brood en lekker veel plakjes chocoladecake te hebben genuttigd, vervolgen we onze weg. En die gaat gelijk omhoog. Steil omhoog, want op amper 4vierkilometer afstand moeten we 700 hoogtemeters overbruggen. Dat verloopt vrij vlot, maar dan beginnen we aan een zo mogelijk nog steilere afdaling.
Beide scheenbenen huilen van de pijn, maar we blijven doorgaan. Al begin ik me wel vragen te stellen over het feit of ik dit nu echt uit vrije wil doe. De gedachte aan het felbegeerde finishershirt verzoent me echter snel met de realiteit. Bovendien zien we dat er nog veel deelnemers slechter aan toe zijn dan wij.
Een Brit (quadriceps) en een Duitse (knie) kunnen niet anders dan de helling achterstevoren af te dalen. We staan in bewondering voor zoveel wilskracht en doorzettingsvermogen en hopen dat ze ondanks alles het einde zullen halen.

Bij de laatste bevoorrading is onze voorsprong op de tijdslimiet al geslonken tot een dik half uur. Maar we halen ook de eindstreep van etappe zeven. Meteen breng ik een bezoekje aan de wedstrijddokter. Mijn beide scheenbenen zien bloedrood en de kousrand snijdt in mijn gezwollen benen. Bezorgd vraag ik of ik morgen nog kan lopen. De dokter wrijft over mijn benen en kijkt bedenkelijk. ‘You have only one option’, zegt ze. Ik verwacht een antwoord dat ik liever niet wil horen. En dan plots: ‘You must race’. Ze bezorgt me een coldpack, wat gel en enkele ontstekingsremmers waarna ik een duik in de plaatselijke fontein neem.


Dag 8: Niederdorf im Pustertal (It) – Sexten (It) (33,4 km – 1269 hm)

Wanneer we aan de startopstelling van de laatste etappe komen, springen de tranen in mijn ogen. Niet door de pijn in mijn benen (die dankzij de medicatie draaglijk is), maar wel door het zien van Jan. De voorbije dagen hebben we regelmatig in zijn aangename gezelschap doorgebracht en nu staat hij daar: zonder rugzak, zonder loopschoenen, maar vooral ... zonder borstnummer.
Op wilskracht heeft hij gisteren nog de zevende etappe uitgelopen, maar zijn scheenbeen verhindert hem om de ultieme bloem te plukken. Ik vind het verschrikkelijk voor hem, maar eigenlijk heeft hij alles al bewezen. Pas vier jaar geleden is hij namelijk gestart met sporten en nu heeft hij hier bijna driehonderd kilometer op zeven dagen gelopen. Tonnen respect!

De eerste kilometers blijft de grootste pijn uit, al dient er zich een nieuw probleem aan. De linkerkuit dreigt in de kramp te schieten, een probleem waar ook Heidi opnieuw mee geconfronteerd wordt. Gelukkig ontmoeten we even verder de wedstrijddokter die ons opnieuw van magnesium voorziet. Na een vrij vlakke aanloop beginnen we daarna aan de laatste beklimming van de Gore-Tex Transalpine Run 2010: de Dreizinnenhütte, misschien beter gekend als de Tre Cime di Lavaredo (2405 meter). Ondanks alle pijn genieten we van de schitterende uitzichten. We merken ook dat het deelnemersveld een heus slagveld is geworden. Zowat de helft van de deelnemers heeft tape rond de knie, op de dij of rond de kuit.
Helemaal boven staat een veelkoppig ontvangstcomité ons op te wachten en blijgezind beginnen we aan de laatste afdaling. Daarnet zijn we overigens een belangrijke mijlpaal voorbijgekomen. Op een rots stond er in oranje verf ‘300 km!!’ geschreven.

De afdaling verloopt heel voorspoedig tot plots het noodlot toeslaat. In volle afzink struikelt Heidi en ze komt vol op haar kin terecht. Heel even blijft ze groggy op de grond liggen, maar snel staat ze weer recht. Er sijpelt wat bloed uit haar kin en ook haar handen zijn geschaafd. Ik doe mijn best om de wonden te verzorgen, maar ... 'the show must go on'. Iets voorzichtiger dalen we verder af naar de laatste bevoorradingspost, die niet meer zo veraf is. Ruim onder de tijdslimiet komen we daar aan en we beseffen dat de buit nu echt binnen is.

Er resten ons nog zes kilometers tot aan de echte finish, maar daar hebben we alle tijd voor. Toch wil Heidi niet weten van het wat rustiger aan te doen en we hollen naar de eindstreep. Hand in hand overschrijden we na 310 kilometers, 13.800 hoogtemeters en dik 52 uur de eindstreep.

In de aankomstzone valt iedereen elkaar rond de nek. Van Jutta, Heike, Ulrike, Casper, Matthias en de vele anderen hadden we acht dagen geleden nog nooit gehoord en nu staan we hier samen te springen met de tranen in de ogen. De Belgen hebben zich verzameld in de buurt van de Gore-Tex-tent. Er barst een klein feestje los, maar ik wil eerst nog iets anders doen. Tussen al het gejoel door ga ik op zoek naar de wedstrijddokter die werkloos op een plooistoeltje zit. Ze herkent me meteen. Ze is totaal verrast wanneer ik haar bedank met een welgemeende zoen. Yes, we did it!!




Met dank aan Dirk van Thuyne.

[ 20 september 2010]

[Lees hier deel 1: De voorbereiding]
[Lees hier deel 2: Etappe 1-2-3-4]

volg ons