Malta International Challenge Marathon

Stukjes over loopjes; dagelijks verlaten ze vele toetsenborden (en een enkel pen) om neer te slaan in sites, blogs, tweets of zelfs ouderwets drukwerk (en een enkele brief). Kortom, grote concurrentie en een uitdaging om looplezers te lokken. Het zijn er in totaal maar een handjevol, dus als je een vinger tot lezen verleidt dan ben je al spekkoper.

De verleidingsstrategieën zijn divers. Zoals: vertel iets echt nieuws (bijna onmogelijk), provoceer, spreek doelgroeptaal, wees persoonlijk, amuseer. Met een onverwachte invalshoek en wat overdrijvingen hier en daar probeer ik vaak dat laatste. Lukt meestal prima. Maar nu heb ik een uitdaging: de Malta International Challenge Marathon. Helemaal hilarisch van zichzelf. Kan ik niets origineels meer aan toevoegen. Is alleen een serieus verslag van te schrijven. Dat dan, geheel naar waarheid, behoorlijk amusant is. Dus hierbij nu eens gewoon een verslag.

Malta is een rotsig, kaal eiland tussen Sicilië en Tunesië, dat ongeveer zo groot is als de gemeente Almere. Er wonen ook min of meer evenveel mensen als in Almere, dus de meeste begaanbare stukjes rots zijn wel volgebouwd met huizen, kathedraalgrote kerken en wegen. Waar de dorpen niet in elkaar over lopen vindt je ommuurde stenige akkertjes (jawel, o.a. voor Malta’s). Omdat Malta samen met haar kleine zusje Gozo een echt EU land is hebben ze een echte regering en een president, een eigen taal en eigen euromunten. En twee bijna echte marathons: in februari een down-hill en in november een drie daagse.

Malta noch haar marathons hebben last van een minderwaardigheidsgevoel. Dus heet het knusse loopje met 138 inschrijvers gewoon International Challenge Marathon. En daarmee is niets gelogen. Met 46 deelnemers uit 8 buitenlanden ben je Internationaal. De Britse organisator telt zelfs 9 landen door Engeland en Schotland te onderscheiden. Misschien kunnen we hem voor volgende keer Friesland suggereren.

Challenge is er ook genoeg. Zet maar eens een mooi parcours uit op zo’n dichtbevolkt eiland waar de afstand tussen de twee verste punten slechts 27 kilometer is. En waar nauwelijks kleine stille weggetjes zijn. Met behulp van wat busreizen en één hele vroege start is dat goed gelukt. Zelfs zo goed dat uitlopen nog een onverwachte uitdaging bleek. Zo’n opgeknipte marathon doe je er even bij, dacht ik. Met twee vingers in je neus. De tweede etappe was zelfs maar 6 kilometer; daar doe ik thuis mijn schoenen niet eens voor aan. Maar helling heeft een Hollander natuurlijk niet in de benen. En korte etappes verleiden tot harder lopen. Dat voel je dan wel op dag drie.

De échte challenge van het geheel vergt van de lopers slechts een kleine inspanning: meespelen. Het echte werk, een mega evenement maken van een mini loopje, ligt geheel bij de organisatie. Daar heb je talent voor nodig en dat heeft de founder en race director. In twintig jaar heeft hij een geoliede Barry Whitmore show opgezet die nauwelijks onder doet voor, zeg, Berlijn maar die wel 5 dagen duurt in plaats van een.

In de aanloop naar dag 1 maak je al het nodige mee. Persoonlijke ontvangst op het vliegveld, bus met gids naar het hotel en, ondanks het middernachtelijke uur, Barry Whitmore himself in de lobby om iedereen een enveloppe met een inschrijfvoucher te overhandigen. Alleen met voucher (let op, paspoortnummer vóór en achterop invullen) plus het formulier dat je al per aangetekende post thuis gekregen had, kun je de volgende dag je startbenodigdheden ophalen.

Volgende dag, op naar het kantoor: 4 dagen open voor afhalen startbenodigdheden. De ruimte is groot. De linkerwand wordt bijna geheel gevuld met te winnen prijzen: bekers oplopend van groot tot giga, grote gouden ereschijven in rood fluwelen houders, gegraveerde glazen plaquettes in verschillende maten, medailles en 5 mystery rewards (ingepakt). Vijfenzestig items in totaal. Advies voor talenten die met het vliegtuig komen: loop niet te hard want zo’n megabeker past echt niet in je koffer. En de hele vliegveldbevolking staart je aan terwijl ze zich afvragen wie toch ook weer die bekende sporter is die ze daar met die WK-beker voorbij zien komen.

Maar we waren nog bij het kantoor. De rechterwand is gevuld met sportkleding die gekocht of
gewonnen kan worden. Direct vóór je twee tafels met fotoboeken die getuigen van alle voorgaande succesvolle Barry shows. En achterin de race director met zijn eigen race directrice en een vrijwilligster achter een grote tafel. Vóór je die tafel benaderen mag voert een tweede vrijwilliger je naar een deelnemerslijst met de opdracht je gegevens te checken. Dan is het zo ver. De race director controleert of je vóór en achterop je voucher hetzelfde paspoortnummer heb ingevuld én of dat ook nog overeenkomt met wat er in je paspoort staat. Dan wordt je race nummer omgeroepen, zoekt de race directrice de startnummers op, vult de vrijwilligster een goody bag en, terwijl je met klem op het hart gedrukt wordt de nummers voor en achter ongevouwen zichtbaar te dragen en ze niet heet te strijken voordat alle loopdagen om zijn, overhandigt de race director je alle bescheiden. Dit alles in een verder geheel leeg kantoor dus je krijgt de volle aandacht.

De goody bag overtreft alle eerdere loopjes-bags: buttons, shirt, sokken, petje, het Malta
Challenge embleem in vele varianten (opstrijk, opzet, opsteek), magazine met alle Challenge
wetenswaardigheden, deelnemerslijst met interessante gegevens als leeftijd, shirtmaat en
sokkenmaat, drank, chips, bars.

Op donderdagavond worden de puntjes op de fysieke voorbereiding gezet met een wijn en pizza “get together”. En dan is het eindelijk vrijdag en staan er twee bussen voor het hotel: één voor de native Engelstaligen en één voor alle andere buitenlanders. We hoeven maar 12 kilometer naar Mdina maar gelukkig heeft Malta geen snelwegen en doe je er dus minstens drie kwartier over. Waardoor je maximaal kunt genieten van het schoolreisjesgevoel en de gids. We arriveren toch nog ruim een uur voor de start en kunnen ons al die tijd afvragen waar je in godsnaam moet starten tussen al die auto’s en toeristenbussen. Maar als twee vrijwilligers zich opstellen met een lint blijkt er plotseling toch gewoon ruimte voor de lopers te zijn. De race director roept (ik weet niet) wat door een megafoon en dan gaan we: slechts 11,2 km maar stevig op en neer. Vlak bij de finish levert mijn wapperende nummer nog bijna een diskwalificatie op maar gelukkig wordt ik toch geregistreerd en mag ik een goed gevulde eetzak aanpakken. Die gaat leeg want de laatste lopers maken optimaal gebruik van de limiet van 1 uur 45. Geeft niets want we zitten in de zon en schreeuwen ze naar binnen.

Zaterdag hetzelfde verhaal maar nu voor 6 kilometer, binnen een limiet van 1 uur, vanuit Birzebbuga. De busrit duurt langer omdat de winnares van de vorige dag, de enige Japanse deelneemster, haar startnummer in de bus had laten liggen. Dat nummer moeten we ophalen bij een busgarage in een dorp verderop. Want zonder startnummer mag je natuurlijk niet starten, dat spreekt vanzelf.

De laatste loopdag is het afzien. Het begint gelijk met het ergste: vroeg op voor een ontbijt om
5 uur. Kwart over zes de bussen die ons 1 kilometer verderop brengen. Tweede afzien: gesloten toiletten. Was ook niet leuk voor de straatjes in de buurt want die zijn aardig bevuild. Derde afzien: hele weg, 25 kilometer dit keer, wind tegen. Vierde afzien: steile heuvel halverwege. Vijfde afzien: hongerklop wegens mager ontbijt en alleen water op de verzorgingsposten. Laatste afzien: twee super steile klims vlak voor het einde. Je loopt dan al een hele tijd eenzaam tussen de wandelaars op de boulevards of auto’s op de weg, met hooguit in de verte een collega-loper. Maar dan: zegetocht slalommend tussen de toeristen door een winkelstraat van Valetta en finish bij de stadspoort. Daarna kun je uitgebreid Valetta verkennen want de limiet voor de dag is 4 uur 15. En ach, voor 67 jarige Kathy houden ze de finish gewoon nog even wat langer open.

Denk niet dat het nu afgelopen is; het grootste feest komt nog. Op maandagavond: een vol uur prijsuitreiking. En niet zomaar in een achterkamertje maar in een Zaal, met een Podium, opgefleurd door drie echte miss-en met sherp. Wie niet komt krijgt niets dus we zijn er allemaal, onze Maltese loopcollega’s zelfs in gala. Geen speeches hoor; het volle uur is nodig voor al die prijzen. Voor de eerste 8 dames en 8 heren, voor de eerste 6 paren, voor de eerste drie teams, voor elke eerste dame en heer per leeftijdsklasse. Heel consequent dat laatste, ook voor de dames inclusief Kathy, daar kunnen grote marathons nog een puntje aan zuigen. Een van onze Nederlanders bleek tot haar verrassing in een winnend team te zitten. Met een Zweedse en een Spaanse en nog zowat buitenlanders. Bleek random samengesteld te zijn door onze race director. De meest verrassende prijs was de eerste prijs voor beste vrijwilliger in al die 20 jaar. Toegekend door de race director aan… de race director.

En nog was het feest niet ten einde. Nu schoven we aan voor een feestelijk diner, het eerste uur opgeluisterd met dia’s van de prestaties van onze race-director. Daarna werd het nog heel gezellig en is er gedanst tot in de late uurtjes.

Conclusie: het is de grote Barry Whitmore show maar hij heeft het goed voor elkaar. Vijf dagen samen bezig zijn, de busritjes, lang wachten op de laatste lopers, lachen om Barry: het verbroedert, internationaal. De tussenstanden die elke avond opgehangen worden maakt de zaak nog uitdagend ook: kijken of je morgen hoger geklommen bent. En als je nog nooit een prijs gewonnen hebt…

Irene van Wijk

volg ons