Napoleon, Sarkozy én Hugo van den Broek (3)

Klik op de foto voor een vergroting

Vervolg interview met Hugo van den Broek (lees eerst pagina 1 en pagina 2).


Hoe komt dat?
‘Omdat ze beter is. Goed, ik loop harder - ik loop de tien kilometer in 29 minuten, zij loopt meestal 31 of er net onder - maar zij hoort, als vrouw, bij de wereldtop. Onlangs liep ze in Bangalore en verdiende daar, met die ene wedstrijd, 10.000 dollar.’

Ik las dat je je boos maakt als mensen jou, of Hilda, broodlopers noemen.
‘Ja, de term klopt wel, maar heeft een negatieve lading. Er wordt geïmpliceerd dat je dat eigenlijk niet zou mogen doen; alsof het niet de eerste behoefte is van ieder mens om geld te verdienen waarvan hij kan leven. Een advocaat kan vol passie praten over zijn mooie beroep, maar uiteindelijk doet hij het toch ook voor het geld?’

Een advocaat is wel een dienstverlener.
‘Dat ben je als hardloper op een bepaalde manier ook. We zijn artiesten: mensen kijken naar hardlopen en genieten daarvan. Je voegt misschien niet heel veel toe, maar toch… Ik kan ook erg genieten van tennissers op Roland Garros of Wimbledon.’

Vind je het niet zuur dat Roger Federer iets meer verdient dan jij?
‘Nee, want hij is ook iets beter. Hij vermaakt een veel groter publiek, urenlang. Het verbaast me wel hoeveel geld mensen verdienen met golf. Met alle respect voor Maarten Lafeber – een hartstikke goeie golfer - maar in de wereldatletiek kan hij zich toch niet meten met iemand als Lornah Kiplagat? En toch verdient hij miljoenen en Lornah niet. Vind ik vreemd, maar ik probeer het altijd van een positieve kant te bekijken. Ik hoef geen miljoen per jaar te verdienen. Ik zou het niet weigeren, maar het zou mijn leven niet gelukkiger maken.’

In een column op je website schreef je dat er in Kenia een jongetje op je afkwam met de prachtige vraag: why are you? Hij bedoelde het waarschijnlijk anders, maar toch: ben jij met dat soort levensvragen opgevoed?
‘Ik ben christelijk opgevoed. Gereformeerd. Niet streng. We lazen ’s avonds uit de bijbel, maar we moesten het vooral niet letterlijk nemen. Wat zou er met dit verhaal bedoeld kunnen worden? Dat soort vragen. Het geloof heeft me gevormd, maar ik heb het niet vast kunnen houden. Ik wil wel iets voor anderen betekenen. Is dat gereformeerd? Ik weet het niet. Het is de manier waarop mijn ouders me hebben opgevoed. Ik geloof in verantwoordelijkheden. We hebben, om te beginnen, de verantwoordelijkheid om onze rijkdom te delen, maar ik geloof ook dat je ervoor moet zorgen dat je binnen je gezin – en daarbuiten – volgens bepaalde normen en waarden leeft. Eerlijkheid. Respect voor anderen, ongeacht huidskleur, geloofsovertuiging of geaardheid. Als ik ooit kinderen krijg zal ik ook regels stellen en ervoor zorgen dat ze niet verwend worden. Je ziet welke kant het in de wereld is opgegaan: iedereen denkt alles onmiddellijk te kunnen krijgen, we leven alsof het niet op kan. We gebruiken te veel energiebronnen, te veel water. We maken te veel producten. Kijk eens naar de boeken in mijn kast? Waarom heb ik die eigenlijk niet bij de bibliotheek geleend en daarna weer terug gebracht? Ik let erop minder te kopen. Niets voor mezelf. Ja, ik heb vorig jaar een nieuwe televisie gekocht omdat mijn oude – voor twintig euro bij de kringloopwinkel gehaald – het na vijf jaar had begeven. Weet je waar ik me weleens bezwaard over voel? Dat ik acht vliegreizen per jaar maak. Gigantisch vervuilend. Als ik ooit stop met hardlopen, is dat de eerste bezuiniging.’

Wanneer denk je eigenlijk te stoppen?
‘Ik hoop over een jaar of acht, als ik veertig ben en Hilda vijfendertig. Maar misschien ben ik genoodzaakt eerder te stoppen, je weet het nooit. Voorlopig zien we onze toekomst in Kenia. Daar hebben we meer mogelijkheden om dingen op te zetten. Hilda wil graag een fysiotherapiepraktijk beginnen en mij lijkt het geweldig om, als schoolhoofd, mijn orthopedagogische kennis in te zetten.’

Je woont ook in Kenia vanwege de sport. Werpt de hoogtetraining al zijn vruchten al af?
‘Dat moet nog gaan blijken. Ik heb vorig jaar – terugkomend van een blessure – een goed jaar gehad maar nog geen persoonlijke records gelopen. Ik geloof dat ik er ook zou blijven wonen als het voor mijn prestaties niets zou uitmaken. Ik hou van het buiten wonen, ik hou van het rustig-aan-sfeertje, ik hou van de zon. Het is dus niet alleen die hoogte; het zijn al met al ideale trainingsomstandigheden.’

Samen met Hilda door het Keniaanse landschap hollen: het ultieme geluk.
‘Nou… nee. Ik bedoel: ik ben heel graag bij Hilda en ik loop graag hard, maar het ultieme geluk…’

Wat is dat dan wel?
‘Dat is een goeie vraag… Ik kan nog steeds genieten van de herinnering aan een wedstrijd in het stadion van Eldoret. Ik startte, zoals gebruikelijk, langzaam maar haalde vervolgens de ene na de andere atleet in. Ik was de enige blanke. Eerst was ik de man van wie ze niets te vrezen hadden – de blanke die ze wel eens een lesje zouden leren - maar na een paar rondes kreeg ik het publiek op mijn hand en steeg er een enorm gejuich op als ik weer iemand passeerde. Schitterend!’

Ik wil niet de psycholoog gaan uithangen, maar zien we hier niet het kleinste jongetje uit de klas terug?
‘Absoluut, ja. Het ventje dat niet serieus werd genomen. Blanken kunnen niet hardlopen. Dát is geluk: de waardering te krijgen die je verdient.’




[2 oktober 2009]

Tekst: Arjan Visser
Foto's: Peter Oey

 


volg ons