Pijntje
Ineens was ie d’r: een pijntje. In mijn rechter lies. Terwijl ik pas twee kilometer onderweg was en nog plannen had voor een stuk of 18. Dus deed ik wat ik altijd doe: doorlopen. Meestal de beste aanpak. Voor een genegeerd pijntje is de lol er snel af: doet z’n best maar sorteert geen effect. Zeurt soms nog wat door. Maar houdt er, als ook dat geen resultaat heeft, dan maar mee op.
Je moet echt streng zijn voor pijntjes want het zijn net kleine kinderen: als je er aandacht aan besteedt gaan ze nog veel harder zeuren. Als ik aan alle pijntjes had toegegeven, had ik in mijn “loop”baan meer stilgestaan dan gerend. Sommige zijn zo doortrapt. Die komen bijvoorbeeld vlak voor een marathon. Je kuiert gezellig door je marathonstad, zeg Berlijn, of Venetië, je houdt je koest want morgen moet je. En daar duikt ie op, in je knie, of je pees of zo. In ieder geval altijd in een loopwerktuig dat je de volgende dag nodig hebt. Terwijl je helemaal fit bent en niets raars doet. Dié pijntjes, dat zijn de aanstellers. De slappe knieën jongens. De zenuwlijers. Niets van aantrekken want ze zijn niet echt. Het zijn watjes die bij de eerste marathonstappen op de vlucht slaan. Die het nog geen kilometer volhouden.
Dan zijn er de scheutjes. Onderweg. Kleine protestjes die overal op kunnen duiken. Om je aan het schrikken te maken. Beste aanpak is: hard mee lachen. Goeie grap, ik trapte er bijna in, maar nu doen we weer gewoon. Wat in de regel uitloopt in een succesvolle loop.
Vervolgens zijn er de oude bekenden die heel vaak meelopen. Ze houden vooral van lange parkoersen. Na een kilometer of vijfentwintig komen ze op stoom en bij vijfendertig worden ze pas echt enthousiast. Ze zitten het liefst in dijen of hamstrings, maar kuiten kan ook. Beetje tegendraads: waar jij wilt strekken willen zij krimpen. Het pijntje is er en jij ook. Geen van beide vertrekt. Hier helpt de polder-aanpak: sluit een compromis en leef met elkaar. Maak er het beste van voor zolang je tot elkaar veroordeeld bent. Maar geef nooit toe. Natuurlijk niet.
Tenslotte de verraderlijke. Die waar je al je psychologische kennis bij nodig hebt. En misschien ook je fysieke kennis. Die met grof geschut komen en je echt zéér doen. Waarbij het lastig oordelen is of het nu weer een laaghartige aanzet tot wandelen is of toch een echt lichaamsdeel dat schade oploopt. En dan nog: wat is schade? Leiden flinke steken in de zij tot blijvende schade? Of alleen tot versleten kiezen die je de rest van de weg op elkaar geklemd hield.
Dussss… pijntje in mijn lies: niet zeuren, doorlopen! Ik moet trainen, ik ga volgende week naar Maas en Waal, naar die leuke marathon. Ik heb geen tijd voor pijntjes. Dat leek echt te werken. Tot op het verste punt. Daar begon hij serieuze signalen af te geven. Moest ik zowaar even STIL staan. En toen toch maar op tempo naar huis, want het alternatief was een lange en koude wandeling (langs de leukste loopjes rijdt geen bus).
Dagje rust. Geen effect. Oh Maas, oh Waal hoe moet dat nou? OK, plan B: dreigen met de fysio. Mits schaars ingezet een probaat middel. De fysio rukte en drukte wat en sprak over afspraken. Zag dat de lies slinks ingezet werd door andere lichaamsdelen (de lafaards). Heulde trouwens wel mee met het pijntje: dat een marathon misschien nu niet zo verstandig was.
Hoe onverstandig mag je zijn? En hoe zwaar is de straf? Weken uit de “running” dat is natuurlijk pas echt erg. Nou hep elk nadeel se voordeel. Dus als ik dan toch de marathon niet kan lopen, past een rustig Muiderslotloopje eindelijk eens in het programma. Op de fiets er heen (lekker warm gereden), de ophaalbrug over naar de mooiste inschrijfplek ooit, weg-getrompetterd vanaf de kantelen door een heuse heraut en dan, in de avondzon en onder Hollandse wolkenluchten, over een prachtig parcours doorlopen tot je weer bij het slot bent. Zelfs het pijntje was onder de indruk. Hield zich helemaal koest. Liep ik voor niets helemaal achteraan. Daar ben ik dus maar snel mee opgehouden. Waardoor ik al na 50 minuten mijn beloningshanddoek mocht gaan ophalen.
Terug kwam de twijfel. Kan ik dan misschien toch…. Als ik nou rustig ga lopen…..Uiteindelijk zou ik het “lot” laten beslissen: geen wekker gezet: bij half 8 wakker ga ik, bij later niet. 08:50 uur: ogen open, “OK ik ga niet”. 08:55: “maar ze hebben al zoveel organisatiewerk gedaan. Het is flauw om niet te gaan”. 09:00 opstaan, snel broodje, snelle kledingkeuze en toch weg. Met geld in de loopbroekzak voor een taxi bij een pijntje.
En? Heerlijk gelopen, bij het mooiste weer in mijn hele Maas en Waalse loopbaan. Over dat prachtige rivierdijken parcours, langs die enorme hoeveelheid vrijwilligers en al die onvermoeibare mensen langs de kant. Het zijn er veel minder dan in Rotterdam, maar ze zijn net zo geduldig (klappen tot de laatste man) en ze hebben zich over het hele traject verdeeld waardoor je je aldoor ondersteund voelt. Een strategische aanvulling vormen de estafetteploegen. Als ze lopen heb je er niets aan maar als ze stil staan des te meer. Volop aanmoediging bij elk wisselpunt. Na een paar wisselpunten zijn het oude bekenden en kreeg ik zowaar mijn eigen supporters (dank je wel krullenman). Tegen zoveel positiefs kon mijn pijntje niet op. Zelfs niet toen het toch wel zwaar werd in de laatste kilometers.
Mijn taxigeld is dus gewoon mee terug naar huis gegaan.

