
Runner's World sprak onlangs in Antwerpen met twee kanonnen uit de Nederlandse en Belgische atletiek, die internationaal een heel grote vinger in de pap hebben: de pioniers Jos Hermens en Wilfried Meert. De ruimte in ons blad voor dit interview (editie januari 2006, vanaf 15 december in de winkel) was echter onvoldoende om het grote aantal interessante onderwerpen aan bod te laten komen. Enkele 'losse flodders' schieten we daarom, in willekeurige volgorde, vanaf deze plaats af. 'Als ik Lasse Viren tegenkom, ben ik blij dat mijn werk tien keer zo leuk is als zijn leven.'
Wilfried Meert: 'Vroeger hadden we élke maandag in mijn krant, Het Laatste Nieuws, toch een grote krant in Vlaanderen, een pagina vol met atletiek. Nu zijn er maandagen dat er geen woord in staat. Atletiek duikt nog sporadisch op.'
Wilfried Meert: 'De Golden Four was indertijd een idee van de groep Bertelsmann/UFA uit Hamburg. Ze begonnen met Zürich, gingen vervolgens rondkijken en hebben de rest benaderd. Oslo was toen nog het mekka van de lange afstand. En ook Brussel en Berlijn kwamen erbij. Later werden het zes en op een gegeven moment zelfs zeven meetings. Maar welke tv-zender heeft daar nog zendtijd en geld voor over? De Golden Four zou er nu totaal anders uitzien. Sommige collega's zijn op hun lauweren gaan rusten.'
R'sW: De vele petten van beide heren komen ze ook wel eens op kritiek te staan. De verschillende functies zijn soms zeer verstrengeld. In hun functies van organisator, manager en bestuurder hebben atleten uit eigen stal vaak een streepje voor.
Hermens: 'De Nederlandse atletiek heeft er alleen maar bij welgevaren. Hadden Haile Gebrselassie en Kenenisa Bekele anders in Hengelo zoveel wereldrecords gelopen? Er was genoeg interesse in het buitenland, zoals recent in de marathons van Chicago en Berlijn, maar hier loopt hij voor veel minder geld. Voor hem is de sport belangrijker dan het geld. Dat ligt voor Bekele misschien moeilijker. Bovendien doen we ons zelf te kort, want we krijgen een percentage van hun inkomsten, dus verdienen we in Nederland minder aan hen.
Ik heb zelf veel wedstrijden helpen oprichten. Als ik voor de Amsterdam Marathon werk, heb ik het beste voor met die marathon en de atleten lopen er echt niet met tegenzin. Ik laat niet steeds andere atleten uit onze stal meedoen, en zorg ook dat zijn in goede vorm aan de start verschijnen. We letten ook op een zorgvuldige opbouw van een naam in Nederland en laten die atleten, zoals William Kipsang of Felix Limo, vaker terugkeren. In Duitsland, Frankrijk of Engeland doen we dat weer met andere atleten.'
Wilfried Meert, die ingaat op zijn baanwedstrijd in Brussel: 'Je hebt vaak acht banen die eerst naar vier onbetwiste wereldtoppers gaan en vervolgens naar twee landgenoten. Dan houd je twee banen over en daar kun je wel een onbekende Amerikaan in stoppen, of de nummer 30, 34 of 38 van de wereld, maar dat zegt het publiek helemaal niets. Waarom geef je dan een van de betere Europeanen geen kans? Want daar ligt de hele core business van de sport. Als we in Europa ten onder zouden gaan, gaat de hele sport mee ten onder. Wij hebben er alle belang bij dat Belgen, Nederlanders, Duitsers, Scandinaviërs in het circuit meedraaien. Want hier is het publiek, hier zijn de sponsors, hier is de media-interesse.
Daarom help ik ook Patrick Stevens en Kim Gevaert. Wat heeft de man of de vrouw in de straat nog voor raakpunten met die atleten, als zij er niet meer zijn. Kim krijgt bij ons een mega-applaus, daar verlangt men naar. Kim is een godsgeschenk. Hoe dikwijls valt alles samen? Atletische kwaliteiten, charisma, een knappe verschijning, bij ons in de twee landsgedeelten aanvaard worden en nog Frans spreken ook? Eén keer in de twintig jaar? Aan de andere kant hebben we Brussel vijftien à twintig jaar georganiseerd zonder plaatselijke vedette.'
R'sW: België heeft Kim als atletiekheld, iets dat in Nederland nog ontbreekt, want Rens Blom is nog niet zo populair als Gevaert in België.
Jos Hermens: 'Wij hebben in Helsinki wel twee medailles gehaald en hebben bovendien ook nog medailles gemist. Helaas is het Villa Mila-project mislukt, want Som of Liefers hadden ook zo maar een medaille kunnen halen. Rens Blom heeft toch ongelofelijk veel publiciteit gehaald en Rutger Smith gaat de komende tien jaar meerdere medailles halen, maar die zal niet elke week in tv-programma's te zien zijn. Je kunt wel meer met iemand doen en daar praten we ook met hem over. Ik ben heel blij dat zijn ontwikkeling zo snel is gegaan; een goed voorbeeld van een trainer die openstaat voor nieuwe dingen.
Een van de grootste problemen van onze sport is de trainer die zijn talent omarmt en voor zichzelf houdt. Daar mag niemand aankomen. Als een voetballer van zijn vereniging naar een profclub gaat, zijn ze bij die lokale vereniging juist trots. Hoeveel talenten worden er zo in alle landen om zeep geholpen? Het is een kwestie van professionaliseren; het is allemaal niet zo moeilijk.
Een lokale held is inderdaad belangrijk. Ik kan niet zomaar met een nieuwe wedstrijd Mexico binnenkomen, waar geen enkele atletiektraditie is. Maar gelukkig hebben we Ana Guevara en daar bouw je alles omheen. In Hengelo, Brussel of Shanghai moet je dat heel anders doen. Om bijna elke gouden medaillewinnaar van Helsinki zou je een wedstrijd kunnen creëren. Maar zonder Liu Xiang (winnaar WK-titel 110 meter horden) lukt het in Shanghai niet. We wisten absoluut niet wat ons daar te wachten stond. Je moet het publiek ook opvoeden en daarbij nieuwe wegen inslaan.
Amerikanen die ik tegenkom, vragen zich af waarom een wedstrijd, zoals die in Shanghai, niet in hun land bestaat. De Grand Prix in Eugene is een leuke wedstrijd, maar wordt georganiseerd als een high schoolwedstrijd. Nike betaalt de rekening toch wel. Dat is niet van deze tijd. Er is geen enkele prikkel om er een betere wedstrijd van te maken. Daar moet je Hollywood bijhalen en er een show van maken, in Amerika misschien nog wel extremer dan in Europa.
Wilfried Meert: 'De Memorial Van Damme is de Olympische Spelen op één avond. Punt. Daar komt het op neer. Een openingsceremonie, vijftien finales na elkaar in plaats van verspreid over een week. En een slotceremonie. Die boodschap verstaan de mensen. Ons publiek vernieuwt zich en dat is belangrijk om te weten. Sommigen komen al tien, vijftien jaar en worden ook een dagje ouder. Er zijn ook mensen die afhaken. Voorts ben je als organisator verplicht je publiek stelselmatig te verjongen en te vernieuwen.'
Jos Hermens: 'Met de Amsterdam Marathon zal het niet makkelijk zijn hetzelfde te bereiken als in Hengelo (FBK Games). De helft van de sponsoring wordt daarom in zaken rond die marathon gestopt, voor de sfeer. Moet je zien hoelang dat duurt. Tien jaar, en nu pas wordt Amsterdam wakker. Dit jaar was ik echt verbaasd over de grote hoeveelheid mensen langs de kant. Ik denk een verdubbeling ten opzichte van vorig jaar. Daar heb je wel Haile Gebrselassie voor nodig om dat los te maken. Dat is heel bewust gedaan. Ook Hengelo had tien, vijftien jaar nodig.
Brussel en Hengelo zijn beide een happening. Het is maar een keer per jaar en daar willen mensen bij zijn. Net als een concert. Het is niet zoals met het voetbal: elke week een wedstrijd. In Hengelo zeggen de mensen 'het is ons evenement, daar ben ik trots op'. Er is wél passieve belangstelling voor de atletiek, omdat iedereen wel eens heeft gelopen, gesprongen of geworpen. Niemand is tegen atletiek, integendeel. Maar daarvoor gaat men niet zomaar naar een stadion.'
Jos Hermens: 'Nadat oost en west bij elkaar zijn gekomen, zouden veel Oost-Duitse trainers het wel even gaan maken. Maar ze denken allemaal op de oude manier en hebben een planning van het jaar nul. Ze pieken maar één keer per jaar, bij een toernooi. De rest van het jaar zitten ze in trainingskampen, zoals vroeger in de dopingtijd. Atletiek is een sport waarin je je minstens vijftien keer per jaar moet kunnen laten zien. Dan spring je maar wat minder hoog dan de wereldrecords. Maar nee, een vijfde plaats in Helsinki betekent weer een jaar langer salaris voor een bondscoach. Het is gewoon overleven, een drama. Maak je eigen programma, met meer marketinggerichte activiteiten, en let niet uitsluitend op de bond of het olympisch comité.'
R'sW: Jos Hermens onthulde eerder in Runner's World al dopingnieuws over zijn oude pupil Katrin Krabbe en op Runnersweb over een recente dopingzaak (zie onder). Terugkijkend op zijn loopbaan meldt hij ook te hebben geweten van dopinggebruik in Finland in de jaren dat Lasse Viren liefst vier keer olympisch goud won (5000 en 10.000 meter, 1972 en 1976).
Jos Hermens: 'Als ik nu Lasse Viren nu tegenkom, ben ik blij dat mijn werk tien keer zo leuk is dan zijn leven. Maar ik vraag me ook af, wie is nu het eikeltje? Hij met zijn medailles, waarvan toch heel veel mensen niet weten dat het met doping tot stand is gekomen. Of ik? Als ik ook doping had gebruikt, wil dat nog niet zeggen dat ik hem had geklopt. Hij heeft het tactisch wel goed gedaan, die wedstrijd en eindsprint.'
Lees ook: Hermens zit in maag met testosteronkwestie
[15-12-2005]
Ysbrand Visser