Qatar wil resultaten zien
De pogingen van Qatar om met eigen atletiektalent de wereld te veroveren, lijken schipbreuk te lijden, betoogt de Nederlandse atletiektrainer Gerard Lenting.
Het is een bekend verschijnsel: met geïmporteerde atleten scoren landen als Qatar en Bahrein steeds vaker op de internationale atletiekbanen. Met de oprichting van de sportorganisatie Aspire wilde Qatar echter ook met eigen kweek aan de weg timmeren. Een lastige opgave in een land waar de temperaturen intensieve training onmogelijk maken en jongeren door het aanstaande rijkeluisleventje niet worden uitgenodigd om zich overmatig in te spannen.
Ziedaar de zware taak van een klein legertje, speciaal ingehuurde buitenlandse coaches, onder wie de Nederlander Gerard Lenting, die drie jaar geleden zijn functie als trainingscoördinator bij De Spartaan in Lisse inruilde voor een baan in Doha’s Sport City. Het prestigieuze complex, met de Sport Tower als imposante blikvanger, ligt aan de rand van Doha, de hoofdstad van Qatar.
![]() |
| Doha Sport City |
Zo op het oog zijn alle voorzieningen oogverblindend, maar Lenting weet welke problemen er achter de weelderige façade verborgen liggen. ‘Er zijn in Qatar te veel mensen die denken dat je alles kunt kopen. Zo liggen hier vier zwembaden van olympische allure, maar er zijn eigenlijk ook maar vier redelijke zwemmers. Achter de grootste indoorhal ter wereld ligt Aspire, de Academy for Sport Excellence. Het instituut begon in de zomer van 2004 en juni dit jaar zijn de eerste scholieren afgezwaaid. Het basisidee van de zoon van de Emir, voetbalfanaat Sjeik Jassim, is eenvoudig: verzamel talenten uit Qatar en laat ze samen trainen en studeren.
In eerste instantie richtte het programma zich op volksport nummer een, voetbal, maar geluiden om ook de belangrijke olympische sport - atletiek - binnen te halen, werden eveneens gehonoreerd. De Duitse polsstoktrainer Ralf Iwan kreeg de leiding en trok als eerste een senior coach voor de springnummers en de meerkamp aan: Gerard Lenting.
Lenting: ‘Ik kreeg in het begin de wat oudere jongens onder mijn hoede. Dat was qua disciplines een allegaartje, maar voor mij leuk omdat er ook jongens bij zaten met aanleg. In de eerste maanden werkte ik met deze groep een algemeen programma af met sprinten, hordelopen en springen. Na die zomer zou ik jongens met aanleg voor hoog- en verspringen krijgen, maar echte talenten waren er niet, zodat ik grotendeels met mijn eerste groep verder ging. Ter afsluiting deden we steeds in Europa, vanwege de hoge temperaturen in Qatar, mee aan regionale wedstrijden. In Oostenrijk, Duitsland en Zweden.
Ondertussen werden ook andere seniorcoaches aangenomen, uit Brazilië, Argentinië en Duitsland. De bedoeling was dat zij assistenten zouden krijgen, die uit Qatar kwamen of in ieder geval Arabisch sprekend zouden zijn. Met de aanstelling van oud-meerkamper Ramil Ganiev uit Oezbekistan, die in Doha als clubcoach werkte, werd dit plan meteen overboord gezet.
Aanvankelijk lag het accent nog op de lange termijn, met concrete technische doelen per leeftijdscategorie, maar al snel werd dit omgebogen naar een resultaatmodel. Natuurlijk wil iedere coach goede resultaten behalen, maar dan moet je wel het juiste materiaal hebben. We moesten ons volgens manager Iwan richten op de WK voor de jeugd onder 18 jaar, maar zelf wilde ik inzetten op kampioenschappen voor de Golfregio en West-Azië. Die zijn in Qatar van groot belang en daar ontlenen atleten ook veel prestige aan. Bovendien krijgen ze er veel geld voor.’
Achteraf lag hier de kiem van het probleem, analyseert Lenting (48) nu. Men koos liever voor successen op korte termijn, voor specifiek in plaats van veelzijdig belasten. Lenting: ‘Ik had gelukkig wel de ruimte om mijn eigen trainingsplan te handhaven en nog belangrijker: ik had succes. Zo verbeterden alle jongens zich op de sprint, horden en hoogspringen naar een behoorlijk niveau.
In - wat later bleek - mijn laatste jaar ging het erg goed. De jongens liepen persoonlijke records en plaatsten zich voor de Arabische kampioenschappen. Met name Salman Al-Mannai, een allrounder, ging met sprongen vooruit. Na een gouden plak bij het hoogspringen tijdens de Arabische jeugdkampioenschappen in 2007 in Damascus, wist hij zich ook te plaatsen voor de hoogspringfinale tijdens de wereldkampioenschappen voor jongeren onder de 18 jaar, in Tsjechië. Daar verbeterde hij zich opnieuw en pakte met 2.08 meter een negende plaats’, aldus de duidelijk trotse coach. Al-Mannai sprong vervolgens in 2008 2.11 meter hoog en werd tweede bij de Arabische juniorenkampioenschappen.
| Salman Al-Mannai en Gerard Lenting |
Lenting werd na die succesvolle zomer (2007) verrast door de benoeming van een assistent. Opnieuw een niet-Arabisch sprekende persoon en wederom een oud-atleet uit het Oostblok. De Nederlandse coach wist van niks. Toen vervolgens het hoofd talentidentificatie ontslag nam - omdat het programma steeds werd bijgesteld - en er spanningen in de rest van het begeleidende team ontstonden, werd duidelijk dat er iets fout zat.
Lenting: ‘De pijlers van Aspire werden aangetast en ik kaartte dat bij de leiding aan. Talent opsporen, begeleiden en opleiden is een zaak van de lange termijn. Als je toptalent wilt begeleiden, moet je wel keuzes maken. Er zijn minder dan 300.000 Qatari’s en dan kan het niet zijn dat er zoveel atleten in de topselectie zitten. Als je hier atleet bent en aan een wedstrijd meedoet, zit je direct in het nationale team. Ze kunnen in Europese ogen niks, maar krijgen wel direct geld voor 'prestaties' en de training.
Het management zag dit echter anders. Het hoofd van de atletiek en de directeur sport waren niet zo gecharmeerd van het feit dat ik met deze kritiek kwam, en zo werd ik op een zijspoor gerangeerd.’
Het management liet Lenting in januari weten dat zijn contract bij Aspire niet verlengd zou worden. Op dit moment is Lenting in gesprek over een functie bij de atletiekfederatie van Qatar. De atletieksport is ondanks tegenvallende resultaten nog steeds belangrijk in het kleine oliestaatje. Zo vinden de wereldkampioenschappen indooratletiek in 2010 in Doha plaats. Of Lenting daar bij betrokken zal zijn, is nog de vraag. Dankzij de werkkring van zijn vrouw blijft hij voorlopig wel in Qatar wonen.
[24 september 2008]
Ysbrand Visser


