Veluwezoomtrail
Iedereen kan hardlopen maar niet iedereen kan de Veluwezoomtrail hardlopen. Ik misschien ook niet, concludeer ik, wanneer ik op zondag 26 juni over de finish kom na 52 kilometer over klevende modderpaden. Als een marionet met verwarde touwtjes ga ik op de bosgrond zitten. Achter mijn zonnebril rolt met een traan het laatste restje water en zout uit mijn lichaam. Door uitputting, pijn maar vooral door schoonheid. Buiten de overbevolkte fietspaden en de walmende pannenkoekenhuizen is de Veluwe ontroerend mooi.
Dat het een karwei voor specialisten zou worden, bleek bij aankomst. Op Camping De Jutberg heeft zich een illuster gezelschap verzameld van gemillimeterde commando’s, een paar schuchtere hardloophippies en vrouwen met wie ik in geen geval armpje wens te drukken. Iedereen begroet elkaar hartelijk. Ons kent ons. En ons bespiedt ons. Loeren naar elkaars uitrusting hoort er bij. Wat is dat voor een kek schoentje, zakje, pakje, broekje, sokje, rokje, drankje, reepje? Geen kwestie van jaloezie, maar enige ijdelheid is de tot het bot afgetrainde ultraloper niet vreemd. Angstvallig houd ik mijn beschamende proviand verborgen: water, vier biologische fruitreepjes en drie flesjes groentebouillon in een zakje van de Mitra.
De start. Geen tijd om te wennen: heuvel op, heuvel af. Ploegen door de modder, langs statige beuken, door geurende naaldbossen, tot mijn middel in een woud van varens. Intussen wordt het warmer en het regenwater van de afgelopen week begint te verdampen. Na 20 kilometer kom ik op de Worth-Rheder Heide. Het is alsof ik een Turks stoombad binnenren. Drinken, drinken, drinken, tot je net niet misselijk wordt. Mijn hoofd is een luchtballon, mijn ledematen beven.
Terug in het bos gaat het beter. Het tempo is gedaald maar ik loop nog soepel, zelfs berg op. Wanneer ik een groep Schotse Hooglanders passeer, kijk ik met ontzag naar de grote horens: een sprintje zit er niet meer in. Dertig kilometer, veertig kilometer, de marathon voorbij. Vlak naast me stort een grote den krakend in elkaar. Ik loop door. Na de tweede en laatste waterpost is het aftellen. Nog zes kilometer. Afzien is kunst, bedenk ik, een abstracte kolos van roestend ijzer, alleen voor mij zichtbaar. Nog een bocht, nog een heuvel, nog meer modder. Een bordje kondigt de laatste kilometer aan, eindelijk. Ik zie mijn kinderen juichen onder het spandoek. Ik buig eerbiedig en steek een vuist in de lucht.
Sloffend naar de auto kom ik een vriendelijke medeloper tegen, Myckel Bodt. Hij heeft de trail gelopen op Luna Sandalen, een soort teenslippers met een extra bandje om de enkel. We praten over zijn merkwaardige schoeisel en over de trail.
“De Veluwezoomtrail staat voor mij nu op nummer twee”, zegt hij.
“Wat staat op een?”, vraag ik.
“De Mongolia Sunrise to Sunset 100 kilometer trail.”
Teruggebracht naar de taal van gewone mensen, hoef je dus niet meer naar Mongolië voor een spectaculaire trail. Zoals mijn zoon van zeven zou zeggen: de Veluwezoomtrail is moddervet.
Tim van der Veer
Juni, 2011

