
In de sportwereld is het een bekende kreet: no pain, no gain. Zonder investeren geen progressie. Wie een betere loper wil worden, moet het lichaam laten werken. Af en toe over de grens gaan, de rode zone betreden.
Maar na dat zweten mag het rendement er zijn: een krachtiger en sneller lichaam, waarmee je op weg kan naar een persoonlijk record. Vier manieren op een rij:
1. Train in wedstrijdtempo
Kilometers afleggen in een tempo dat iets langzamer is dan je tempo in een tienkilometerwedstrijd, betekent dat er tegen de verzuring aan wordt gelopen. Zo train je je spieren om sneller en langer te lopen.
2. Wen er maar aan
Staat er een wedstrijd in een heuvelachtig gebied op uw programma? Train dan in de voorbereiding op het op- en aflopen van hellingen. Doe je hartje zomer mee aan een vijf kilometer? Zorg dat je al eens gelopen hebt in de hitte. Train dus specifiek. Zet lichaam en geest op scherp door ze zo veel mogelijk te laten wennen aan de omstandigheden.
3. Zoek een maatje
Train met iemand die net een beetje fanatieker is dan u. Samen zoek je de grens op. En goed gezelschap helpt om ook die laatste herhalingsloop van een intensieve intervaltraining te voltooien.
4. Heb vertrouwen
Als je denkt dat het je niet gaat lukken, dan gebeurt het ook niet. Geloof in eigen kunnen. Probeer de vermoeidheid in je benen in verband te brengen met de naderende finish, niet met een naderende opgave.