Xemoraménos

Toen ik op zondag 6 februari voor het eerst wat zei, wist ik dat ik beter in bed had kunnen blijven. Mijn stem klonk broos en laag, alsof ik me tot het krieken van de ochtend tegoed had gedaan aan pullen bier van Duits formaat. In werkelijkheid had ik me volgestouwd met bami en was ik al om tien uur in bed gedoken. Dienstreizen en overwerk eisten hun tol.

Ik richtte mijn rafelige, eerste zin aan Jogger Jo. Jo is 60 en doet zijn naam geen eer aan: wie de marathon in 2.41 loopt, jogt niet. We stapten in de trein naar Apeldoorn, naar de Midwinter Marathon, waar ik Jo zou hazen: 4.05 minuut per kilometer. Puffend sloten de deuren van de Intercity. Geen weg terug.

In Apeldoorn draafde ik al gauw ik met een mannetje of dertig in mijn kielzog over de Veluwe. Tja, met windkracht 4 wil iedereen wel een haas van 1.93 meter. Het tempo lag hoog, te hoog voor mijn gesteldheid, maar ik hield stand. Voor Jo. Toen ik finishte, was ik niet alleen totaal leeg, mijn linkerbeen was versteend en pijn golfde van mijn enkel tot mijn kruis.

“Piriformis syndroom”, lachte de fysio ongemakkelijk, “dat kan wel eens lang gaan duren.” Vloekend strompelde ik weer naar huis. Ik had er geen zin meer in. Mijn leeftijd heeft me eindelijk ingehaald. Hardlopen, waar is het goed voor?

Een week later reisde ik naar Deventer. Voor een argeloze voorbijganger, zat de Latijnse School op de Grote Kerkhof vol normale mensen. Een literaire bijeenkomst op zondag, niks geks aan. Maar binnen werd geluisterd naar verhalen van hardlopende schrijvers. Over de ontberingen tijdens een marathon, afzien tijdens de Europese kampioenschappen triatlon in Praag en over de Marathon des Sables, 100 kilometer dwars door de Sahara.

“Gezellig zaaltje zo, tjokvol masochisten”, grapte de presentator, waarna Janet Lange en Jan Elbert Lanting er nog een schepje boven op deden door verslag te doen van de 246 kilometer lange Spartathlon van Athene naar Sparta. Verhalen over gruwelijk lijden, diarree, overgeven en bloed plassen. Het Griekse woord voor kierewiet is xemoraménos.

Toch klonk in al die verhalen een hartstochtelijke verliefdheid door. Een aanstekelijke kalverliefde voor het lopen. Dat was precies wat ik nodig had. De volgende ochtend keek ik in de spiegel: piriformis of verliefdheid? Ik hees me in m’n maillot, snoof de lente naar binnen en prakte 17 kilometer door de modder.

Tim van der Veer
Februari, 2011

volg ons