Zen-tuintje
Beslommerd door deadlines, duisternis en december, kon ik de slaap niet vatten. Ik sloop naar beneden en zette de televisie aan, het opium van het volk. Op het scherm verscheen Monty Don, een BBC-presentator met een babbel die meer dan één teiltje vereist. Ik was beland in Around the World in 80 Gardens en keek samen met een tamelijk opgewonden Monty naar een Japanse Zen-tuin. Zen-tuinen zijn perkjes aangeharkt grint met een paar rotsblokken. De bedenkers ervan, Boeddhistische monniken, gingen uit van de kunst van het weglaten, teneinde vrij te komen van onrustige gedachten.
Precies wat ik nodig had. Nadat Monty tot een Brits spraakorgasme was gekomen, klom ik terug in bed. Evengoed maakte een warrige droom zich van mij meester. Ik dacht aan grint en rotsblokken. En aan hardlopen, want ik had diezelfde dag duurloop van 18 kilometer volbracht. Ondanks striemende hagel, een zaligmakende tocht door bos en veld. Mijn brein probeerde ter vergeefs een verband te leggen tussen de Zen-tuinen en de duurloop. Toen ik wakker werd, was mijn hoofd een levenloze, door de aardkost uitgespuugde bonk. Een rotsblok, maar Zen-onwaardig.
Na mijn vijfde dubbele espresso besloot ik toch weer een rondje te gaan hardlopen. In de chaos die ons huis heet, zocht ik naar schone hardloopkleren. Ik moest genoegen nemen met een gekrompen sweatshirt uit de jaren tachtig en een paar lubberende tights zonder elastiek. Mijn schoenen waren nog nat van de dag ervoor en mijn horloge bleek al op Kerstreces. In mijn armzalige outfit stapte ik de kou in en begon langzaam met lopen.
Naarmate de kilometers vorderden, werd mijn hoofd leger. Toen ik thuis tot stilstand kwam, was het alsof ik ontwaakte uit een droomloze slaap. Ik had aan niets gedacht, alleen gelopen. Al mijn flitsende outfits, gadgets en wondersloffen ten spijt, hardlopen is uiteindelijk ook de kunst van het weglaten. Mijn sportieve voornemen voor 2012 is om een Zen-tuintje te worden: een perkje aangeharkt grint met een paar rotsblokken.
Tim van der Veer
December, 2011

