
Om de verschillende fasen in het bewegingsverloop goed te kunnen uitvoeren, dient u aan een aantal randvoorwaarden te voldoen:
- Voldoende beweeglijkheid van de heupen.
- De houding van het bovenlichaam moet rechtop zijn of licht naar voren. Het hoofd dient rustig te worden gehouden.
- Harmonie tussen arm- en beenbewegingen.
- De voeten moeten recht naar voren worden neergezet, waarbij in principe de buitenkant van de middenvoet het eerste op de grond komt.
- De landing van de voet moet plaatsvinden in of nabij de loodrechte projectie van het algemene lichaamszwaartepunt. Dan pas wordt een 'rollende pas' (zie verder) ontwikkeld.
- Remming (snelheidsverlies) in de voorste steunfase moet zoveel mogelijk worden vermeden.
- Optimale strekking in voet-, knie- en heupgewricht.
- Tijdens de afzet in de achterste steunfase moet de krachtsinzet in de bewegingsrichting plaatsvinden.
- Afhankelijk van de loopsnelheid is er variatie in de verhouding van paslengte en pasfrequentie.
- Ontspannen bewegen, ook als u vermoeid bent.
En verder geldt:
- Hoe korter de afstand (wedstrijdafstand, tussen- en eindsprint), des te hoger de snelheid. Voor deze afstanden is een goede looptechniek essentieel.
- Hoe hoger de loopsnelheid, des te krachtiger de afzet in de achterste steunfase en/of des te hoger de pasfrequentie.
- Hoe krachtiger de afzet voor de voortbeweging, des te groter de paslengte. Denk wel aan optimale verhouding van paslengte en pasfrequentie als voorwaarde voor een economische en goede looptechniek.
- Verhoging van de snelheid is mogelijk door verandering van de lengte en de frequentie van de pas, bijvoorbeeld door:
1. Vergroting van paslengte en verhoging van pasfrequentie.
2. Vergroting van paslengte bij gelijkblijven van pasfrequentie.
3. Verhoging van pasfrequentie bij gelijkblijven of zelfs verkleining van paslengte.
- De vermoeidheid, die afhankelijk is van de afstand en de snelheid waarmee wordt gelopen, beïnvloedt in de allereerste plaats de afzet van de voortbeweging (paslengte).
- Het in stand houden van de loopsnelheid is uitsluitend mogelijk door het verhogen van de pasfrequentie en door uitputting van de energiereserves van de gebruikte spieren.