
De grootste revolutie bij de productie van schoenen dateert van honderd jaar geleden. Onder invloed van een Duitse kinderarts maakte deze jonge industrie voor het eerst onderscheid tussen een linker- en een rechterschoen. Die aanpassing heeft haar waarde intussen bewezen, maar geldt dat ook voor alle luchtkussens en steunverbanden die heden ten dage in schoenen worden verwerkt? Runner's World ging op zoek naar het belang van de laatste noviteiten. 'Een paar dure schoenen zegt meer over het inkomen van de koper dan over de kwaliteit van het schoeisel.'
Los van allerlei verbeteringen van materialen en constructies onderscheiden schoenen zich vooral door de tussenzool en het daarin verwerkte dempingssysteem. Maar hoe start de directeur van een schoenenfabriek de ontwikkeling van 'de beste hardloopschoen ooit'? Met de manager marketing of met het hoofd development & research? Is het dus puur winstbejag, gebaseerd op het spectaculair ogende snufje onder de schoen, of telt alleen het optimaal functioneren van de zo tere hardlopersvoet?
De waarheid ligt bepaald niet in het midden. Zoals blijkt uit een publiek schrijven van Asics: 'Als leidende fabrikant van sportschoenen heeft Asics de verplichting aan haar winkeliers en consumenten continu innovatieve producten te produceren. Bovendien moet Asics ernaar streven de veranderende wensen van de sporter te vervullen en tevens concurrerend te blijven in een wisselende markt. Daarom verbetert en ontwikkelt Asics haar producten elk seizoen.'
Dat laatste slaat op de cyclus van zomer- en wintercollecties. Het zijn de wetten van de markt, die bepalen dat twee keer per jaar de schappen opnieuw moeten worden gevuld, of de loper nu wel of niet aan een paar nieuwe schoenen toe is. Wetten die echter vaak voorbijgaan aan de wetenschap dat het biomechanisch voortbewegen al eeuwenlang niet is veranderd.
De meeste fabrikanten investeren nauwelijks in nieuwe ontwikkelingen en pompen veel meer geld in de marketing (reclamecampagnes). Een aantal door Runner's World geraadpleegde deskundigen op het gebied van de technische aspecten van sportschoeisel bekritiseert zonder uitzondering de schoenenfirma's, waarmee soms zelfs wordt samengewerkt. Bart Van Gheluwe, hoofddocent biomechanica aan de faculteit Lichamelijke Opvoeding en Kinesitherapie van de Vrije Universiteit Brussel: 'De fabrikanten zijn nog altijd te eenzijdig met schoenen bezig, omdat de verkoopargumenten zwaarder tellen. De onderzoekers zeggen mij zelf dat ze moeten vechten tegen de mannen van de marketing en dat, als het erop aankomt, de prioriteit altijd naar de marketing gaat.'
Aan de universiteit van Chicago leidt Tom Brunick een testlaboratorium. Hij zit dicht bij het vuur en stelt: 'De biomechanica is altijd de sluitpost, maar je bouwt toch ook geen gebouw zonder eerst de constructie te waarborgen? Tegenwoordig gaat het om de vorm ten koste van de functie van schoenen, en daar betaalt de consument de prijs voor. Veel onderzoekers lopen gefrustreerd rond als de schoenen door de eigen design-teams worden vervolmaakt. Maar die weten niet wat functioneel is en kijken alleen maar naar de vormen.'
Geschiedenis van de eenvoud
Na dit hoofdstukje marketing, duidelijk van enorme invloed op de introductie van nieuw schoeisel, springen wij in het diepe van de functionele systemen van de verschillende merken. Jarenlang, in zwaarbewaakte laboratoria, mogen technici broeden op dé perfecte innovatie. En natuurlijk is er een pregnant verhaal dat dit alles in een geheel ander daglicht plaatst.
Een simpel wafelijzer, afgedrukt op een lap rubber, lag in 1972 ten grondslag aan de legendarische waffle-zool van Bill Bowerman en Nike. Als mevrouw Bowerman niet naar de kerk was gegaan, had manlief het nooit gewaagd dit huishoudelijk apparaat te misbruiken.
Mede door deze geschiedenis van de eenvoud maken ontwerpers van Nike tegenwoordig 'inspiratietrips'. Reisjes naar welke plek ter wereld ook, waar ze maar inspiratie kunnen opdoen. En dat kan Parijs zijn, maar ook een museum met topstukken. Veel innovatiefs heeft Nike de hardloopwereld sinds de introductie van de AirSole echter nog niet gebracht. Slechts de pasvorm en vormgeving gaan met de tijd mee. Never change a winning team.
In den beginne was daar ook Aircushion. Van Karhu, dat eerder trots in Runner's World meldde de eerste te zijn geweest met een heus dempingssysteem. Het was een noviteit in de tussenzolen van deze gerenommeerde Finse firma. Maar wist u dat de lucht in dat kussentje er slechts zit omdat er een (gewichtsbesparende) uitsparing in de zool is aangebracht? Aircushion heeft dus een minimale functionele betekenis, maar zorgt intussen wel voor een overgewaardeerd verkooppraatje ('sinds 1976').
Drie staafjes
Waar Nike al anderhalf decennium vasthoudt aan dat ene concept, heeft de voormalige marktleider Adidas tevergeefs, maar vasthoudend getracht terrein terug te winnen met een waar spervuur van opzienbarende ontwikkelingen. Wij kunnen het niet laten om enkele prachtige systemen te memoreren.
Zo bestookte Adidas in 1981 de markt met de Los Angeles Trainer, waarin drie plastic staafjes (als schokdempers) in de hak moesten worden aangebracht. Staafjes met verschillende hardheden gaven de loper 27 mogelijkheden om een schoen op maat te bouwen. Geniaal. Een aantal jaren later waren het in plaats van staafjes 'cassettes' in verschillende hardheden, voor sturing en demping. Verder waren daar onder meer het Dellinger-websysteem (rondom de tussenzool), de Micro-Pacer (een heuse micro-chip in de tong van de schoen met een sensor in de zool), de Tubular (mét pomp) en het Point Of Deflection System (PODS, demping en stabiliteit over de gehele lengte van de buitenzool).
De belangrijkste noviteit met drie strepen was waarschijnlijk de mislukte introductie van Torsion. Het concept - het onafhankelijk kunnen bewegen van voor- en achtervoet - klopte weliswaar, maar de technische uitvoering deugde niet, zodat er 'onbedoelde bijbewegingen' voorkwamen. Een licht eufemistische uitspraak van Adidas, die niet kon verhullen dat een loper in deze schoen zelfs een middenvoet kon breken. Inmiddels heeft Adidas aanzienlijke verbeteringen aangebracht, en gaat even hard door met het ontwikkelen van weer compleet nieuwe, afwijkende systemen.
Wat was het antwoord van de concurrenten? Karhu introduceerde bijvoorbeeld verschillende inlegzolen, al naar gelang de afwikkeling van de wel of niet overpronerende loper, maar vroeg er wel een stevig bedrag extra voor. Verder nam Karhu afscheid van haar oubollige imago, maar vergat bijna dat haar grijsgekleurde schoenen wel goed functioneerden.
Reebok introduceerde de pomp, zodat u rondom de voet een aangenaam steunend luchtbedje kon aanbrengen. Hardlopen op deze schoenen gebeurt echter nauwelijks. Tom Brunick meldt zelfs botweg dat Reebok nog nimmer een schoen produceerde, die waarmaakte wat beloofd werd. 'En het concept van energy return is door Reebok zelfs om zeep geholpen. Niemand maakt meer claims op dat gebied.' Brunick is nog wel te spreken over het nieuwe DMX van Reebok, waarover later meer.
Racecircuit
Verder waren er bij verscheidene firma's tal van varianten op het stuk ondersteunend plastic dat tegen de hielkap werd geplakt, zolen die uit elkaar klapten of afbrokkelden, nieuwere Torsion-achtige toepassingen, zolen die door NASA werden ontwikkeld of al hun waarde hadden bewezen op racecircuits, en zo kunnen we nog wel een pagina lang doorgaan.
De kritische Brunick zegt overigens wel dat wij allen slechts kunnen hardlopen dankzij het uitstekende werk van de fabrikanten. 'Al die systemen zijn een godsgeschenk voor de lopers. Als we de huidige schoenen niet hadden en het zouden moeten doen met de schoenen uit de jaren zeventig, dan liepen alleen nog de biomechanisch uitverkorenen. Die systemen hebben ervoor gezorgd dat meer mensen in staat zijn hard te lopen. De totale schokdemping is verbeterd, evenals een deel van de stabiliteit. Maar een van de redenen dat er stabiliteit in schoenen moet worden gestopt, is een gevolg van het feit dat er zoveel demping nodig is. Hoe hoger de tussenzool, hoe instabieler de schoen, zodat er weer andere dingen in moeten worden gestopt.'
Brunick krijgt hierin bijval van Charles Lemmens, verkoper in een hardloopspeciaalzaak in Brabant. 'De systemen hebben minder blessures veroorzaakt. Aan de andere kant is er, zeker in het begin, te veel demping in de schoenen gestopt, waardoor de schoenen op de harde ondergrond te instabiel zijn geworden. Dat is door merken herkend en erkend, en daarna zijn er diverse systemen ontwikkeld om die te zachte schoen weer wat stabieler te maken. Ze moesten dus de gevaren van hun eigen systemen weer terugdraaien.'
De Nederlandse orthopedisch schoenmaker Floor Schrijver, die meestal schoenen moet verbouwen om lopers te gerieven, heeft het niet zo op de dempingssystemen. 'Ze doen nauwelijks wat en zijn negen van de tien keer flauwekul. Voor mij is het een lachertje. Men stopt dat er alleen in om de consument om te krijgen. Antipronatie-elementjes hebben overigens wel wat teweeggebracht en die werken meestal ook goed.'
Pronatie in de schoenenbouw wordt tot nu toe juist overgewaardeerd, vindt de Duitse biomechanicus Stefan Grau. 'Er zijn geen medisch vastgestelde grenswaarden waarbij kan worden gezegd wanneer iemand last van blessures gaat krijgen. Onderzoek heeft laten zien dat er ook blessures ontstaan als je de natuurlijke beweging juist beperkt.'
'Heel die zaak moet zwaar gerelativeerd worden', aldus wetenschapper Van Gheluwe. 'Veel onderzoek gaat uit van een laboratoriumsituatie met bijvoorbeeld een geïnstrumenteerde hamer die op de zool tikt. Men vergeet dan dat die tussenzool aan een schoen wordt vastgemaakt en dat in die schoen een atleet zit. Er zijn genoeg bewijzen dat de schokdemping zich aanpast aan de individuele loopstijl van een atleet. En die aanpassing verloopt nooit op eenzelfde manier.'
Dempende kwaliteit
Voor werkelijk kan worden bepaald welke dempingssystemen wel van waarde zijn (geweest), is het belangrijk te weten hoe het standaardmateriaal van uw tussenzool in principe functioneert. De tussenzool heeft zogeheten visco-elastische kwaliteiten. De viskeuze ('stroperige') component van het materiaal zorgt bij belasting voor interne wrijving, die gepaard gaat met energieverlies (warmte). Dit proces heet schokdemping of schokabsorptie.
Schokbreking daarentegen is een gevolg van de elasticiteit van een tussenzool. Denk hierbij aan de werking van een veer. U krijgt dus energie terug uit het materiaal. In het algemeen wordt er echter slechts over schokdemping gesproken, terwijl beide processen worden bedoeld. Meestal gaat het om EVA-tussenzolen (een poreuze kunststof), die een beperkte levensduur hebben.
De dempende factor van tussenzolen kan tot 35 procent energie-absorptie opleveren, maar dit getal is verwaarloosbaar ten opzichte van de dempende kwaliteit van het lichaam zelf. Het lichaam mét blote voet is anatomisch gezien heel wel in staat een marathon te volbrengen. De evolutie en de harde en vlakke ondergrond weerhouden ons - een enkeling daargelaten - hier echter van.
Denkt u zich eens in: een marathon, 30.000 keer grondcontact, krachten op uw voeten, die in totaal 100.000 keer uw lichaamsgewicht kunnen bedragen... Blessures liggen daarom op de loer. Dat bewijst wel een verslag van een opmerkelijk onderzoek, een van de grootste in zijn soort, door de Zwitser Marti onder 5038 lopers. Zij bereidden zich allen voor op een wedstrijd over tien mijl in Bern.
Marti ontdekte dat lopers eerder blessures opliepen bij het vasthouden aan één schoenenmerk. De onderzoeksgegevens lieten tevens zien dat er meer blessures waren ontstaan op duurdere schoenen! Vooral het laatste onderwerp bracht grote verschillen aan het licht. Marti concludeerde daaruit dat, bij een gelijk aantal trainingskilometers voor de respondenten, 'de aanschafkosten veel meer zeggen over het inkomen van de kopers dan over de kwaliteit van het schoeisel'. Opmerkelijk was ook dat van de lopers die vooral voor uiterlijk mooie schoenen kozen, slechts zestien procent geblesseerd raakte, tegen twintig procent van de lopers die vooral uit preventieve overwegingen (blessures!) schoenen kochten.
Bijproduct
Blessures zijn in feite een bijproduct van de in de jaren zeventig in de Verenigde Staten ontstane looprage. Daarvoor waren er nauwelijks lange-afstandslopers, laat staan speciale schoenen. Maar de momenteel 'populaire' blessures waren bij de geharde, goed getrainde atleten uit die tijd nauwelijks bekend.
De schoenen die aanvankelijk de voeten slechts beschermden tegen de ruwe ondergrond, kregen dikkere en zachtere tussenzolen. Het etiket dat deze schoenen kregen opgeplakt, luidde daarom 'blessure-preventief'. Maar hoe meer de schoenen op weldadige kussens begonnen te lijken, hoe opvallender het was dat het percentage blessures gelijk bleef.
De Amerikaanse editie van Runner's World houdt al sinds 1977 bijna jaarlijks een lezersonderzoek, waarin onder meer naar blessures wordt geinformeerd. Het percentage lopers dat een blessure heeft, is nagenoeg constant gebleven. Daarbij zijn de aantallen kilometers niet aanzienlijk veranderd of zelfs minder geworden. Dit laatste geldt overigens vooral voor de VS, waar hardlopen synoniem is met sjokken, met een snelheid die niet boven de tien kilometer per uur komt. Het West-Europese hardlopen gaat sneller en kent een groter aantal kilometers. Blessures blijven echter ook hier een bron van zorg.
Binnen de soorten blessures, zo bleek uit een ander onderzoek, trad wel een aanzienlijke wijziging op. Vormden in 1971 knieblessures twintig procent van het totaal, in 1981 was dat bijna het dubbele. Het percentage ligt nog steeds op dat niveau en dat terwijl de tussenzolen almaar werden verbeterd en heuse dempingssystemen het levenslicht zagen.
Meerdere onderzoeken hebben inmiddels aangetoond dat de krachten die op het lichaam worden uitgeoefend door de landing op de ondergrond (impact-krachten), bij zachte zolen groter zijn dan bij harde zolen. Een mogelijke oorzaak van de hogere belasting bij zachte zolen is de slechte stabiliteit en daaruit voortvloeiende gewrichtsklachten. Het probleem is nu echter dat wij het comfort van die heerlijk dempende zolen zo gewend zijn.
Energieteruggave
Naast het dempende effect noemden wij ook het schokbrekende effect, dat energie oplevert. Uw eigen voeten leveren echter twintig procent meer bruikbare energieteruggave dan de best geconstrueerde loopschoenen. Het onderzoek dat dit aan het licht bracht, liet ook zien dat energy return-schoenen die specifieke functie niet beter uitvoerden dan 'normaal' loopschoeisel.
Dit aspect is van wezenlijk belang voor lopers, want elke keer dat u door de lucht zweeft en landt, wordt uw gang afgeremd. De energie die uw lichaam op dat zwevende moment in zich heeft, wordt door de landing en schokdemping van uw schoenen verkleind. Lopen lijkt zo heel inefficiënt, alsof er continu wordt geremd en op het gaspedaal wordt getrapt. Gelukkig zorgt de energieteruggave voor een toch redelijk efficiënt systeem, vooral bij wedstrijdschoenen zonder veel dempend (energie-absorberend) materiaal.
Het elastische weefsel in en rond de voet is vergelijkbaar met een stuiterende bal. De voetboog wordt platter bij de landing en door de voet weer hol te trekken krijgt de afzet een extra impuls. Dit is een natuurlijk, elastisch proces, waarvoor nagenoeg geen spierarbeid noodzakelijk is.
Ook de achillespees doet mee aan het beschreven proces. In goede gezondheid werkt deze pees als een elastische band, die beurtelings wordt opgerekt en daarna weer verkort (als elastiek). Tot maar liefst 93 procent van de energie die nodig is om de achillespees te rekken, wordt bij het verkorten teruggegeven aan het bewegende systeem. Bij de voetboog is dit maximaal 78 procent.
Beide cijfers onderscheiden zich nauwelijks van een goed stuiterende rubberen bal, maar bij loopschoenen liggen de getallen beduidend lager. In een laboratoriumtest werden waarden van 55 tot 65 procent energieteruggave gevonden. Deze schokbreking staat echter los van de schokdemping bij het lopen op asfalt en ongelijke ondergrond. Schoenen blijven voor de westerse mens daarom onontbeerlijk.
Stabiliteit
Naast de twee genoemde kwaliteiten is de blote voet ook in ander opzicht superieur aan de schoen: stabiliteit. Bij lopers die blootsvoets een rotatie naar binnen ondervinden (pronatie) van zes graden, is geconstateerd dat zij met schoenen zeker tien tot vijftien graden rotatie laten zien en in sommige modellen zelfs twintig tot dertig graden. Hetzelfde is het geval bij supinerende lopers. Althans, in schoenen vertonen zij ineens twintig tot 25 graden supinatie, terwijl er blootsvoets vrijwel niets aan de hand was.
U kunt dit zelf overigens ook constateren. Ga maar eens blootsvoets staan en probeer de enkel naar buiten te kantelen. Dat lukt nauwelijks. Doe hetzelfde met een loopschoen aan en uw voet kan gemakkelijk zijwaarts rollen (pas op voor blessures!). De schoen versterkt deze beweging. Helaas kan ditzelfde zelfs het geval zijn bij overpronatieschoenen en het kan nog eens worden versterkt door hielkappen en extra aangebrachte stabilisatoren, die juist een controlerende taak zouden moeten hebben.
Ook een verbrede (buitenkant) of verlengde (achterkant) hak kan als een hefboom werken en vooral de overpronatie een extra impuls geven. Daarom suggereerde de betrokken onderzoeker de buitenzijde van schoenzolen meer als de blote voet te bouwen, met afgeronde zolen. Deze kennis, die al ruim vijf jaar geleden werd gespuid door de Amerikaan Frampton Ellis, is opgekocht door Adidas en verwerkt in de nieuwe schoen Equipment Salvation.
Wordt deze schoen werkelijk de verlossing voor onze voeten? Brunick heeft de schoen al kunnen testen en stelt: 'Het is een grote vooruitgang als we de tussenzolen eruit kunnen gooien en de gehele zool kunnen verlagen, zodat de stabiliteit verbetert. Adidas doet dat, maar heeft de schoen niet gebouwd zoals Ellis het bedoelde: de buitenkant staat hoger dan de binnenkant. En dat is niet geschikt bij overpronatie. Het intrigeerde ons ook of in zo'n dunne tussenzool wel voldoende demping zit. Wij keken wat dat betreft tot nu toe alleen naar de tennisschoenen, waarbij de krachten ook hoog kunnen zijn, en onze onderzoekers waren erg positief.'
Noppen
Over de Salvation meldt Schrijver: 'Adidas heeft een soort noppen geplakt onder de punten waarop de voet steunt. Dat is echter niet de oorspronkelijke bedoeling van een voet. Die kon zich aanvankelijk zelf aanpassen aan alle oneffenheden in de bodem. Wij maken de bodem nu vlak en dan kom je inderdaad op een paar steunpuntjes met die bodem in aanraking, maar wie zegt dat dat gezond is?'
Schrijver staat voorts niet achter het concept van de dunnere tussenzool. Er moet nog ruimte overblijven om corrigerende materialen aan te brengen. 'Wij doen aan orthopedisch schoenmaken en spelen al vanaf 1980 met materialen. Toen bouwde ik al antipronatie-blokken in schoenen. Ik heb voorspeld dat dat overal in zou zitten en nu kun je nauwelijks nog een neutrale schoen vinden. Zeventig procent van de bevolking heeft last van een grote rotatie van de voet en dat uit zich in te veel pronatie. Dat is een ontzettend grote groep en dus moet je iets verzinnen om die pronatie af te remmen.'
Grau is wel weer positief gestemd over het concept van Ellis. 'De ideale schoen is een neutrale schoen die lijkt op de blootsvoetse situatie. De voet mag niet in zijn natuurlijke pronatie gehinderd worden. De demping moet verder geminimaliseerd worden en slechts dienen als bescherming tegen de harde ondergrond. Demping wordt door fabrikanten overgewaardeerd', zegt hij in koor met Adidas.
Lemmens vergelijkt de introductie van de Salvation met de start van de Torsion-lijn. In beide gevallen appelleerde Adidas aan het 'blote-voetengevoel'. Lemmens: 'Een systeem dat dat gevoel benadert, is niet aan westerse mensen besteed. Wij zijn niet gewend om op blote voeten te lopen. Ook mensen die een keer op het strand gaan lopen, kiezen voor schoenen en lopen niet op blote voeten.'
Brunick wordt zelfs moedeloos als de blote voeten weer eens worden geïdealiseerd. 'Blootsvoets lopen is onpraktisch. Je kunt een hoop leren van hoe de voet functioneert. En de schoen zou de functie van de voet moeten nabootsen. De realiteit is echter dat je op een vlakke, harde ondergrond loopt, terwijl de voet is ontworpen voor een ongelijke en zachte ondergrond.'
Alternatief voor EVA
Een andere discussie die momenteel gevoerd wordt, over de tussenzolen, heeft veel te maken met de nieuwe typen van Puma en Reebok. Waar Schrijver pleit voor het aloude EVA, wil Brunick juist af van de traditionele tussenzool. Alle alternatieven zijn hem lief, van de luchtkussens van Nike tot de nieuwe ontwikkelingen bij Puma en Reebok.
'EVA is nogal gemakkelijk samen te drukken, zodat de tussenzolen zo hoog en dus instabiel moeten zijn. DMX van Reebok (met tien verbonden luchtkamertjes, red.) heeft mogelijkheden, maar we moeten nog meer praktijktesten uitvoeren om werkelijk een oordeel te kunnen vellen. DMX voelt erg zacht aan. Dat zal in koud weer geen probleem zijn. We zijn wel benieuwd hoe DMX in warmer weer werkt. De hele industrie zoekt naar wegen om EVA in de tussenzool te vervangen, zoals Puma nu heeft gedaan met het Cell-systeem.' De zool van Puma brengt zeer extreem in de praktijk wat Brunick zo hartgrondig wenst: luchtkamers in de gehele tussenzool (zie ook R'sW, november 1996).
Als het om gel- en air-kussens gaat, is Lemmens op zijn hoede. 'Ze zijn zachter dan EVA, alleen de demping blijft langer behouden. Maar het gaat maar om een klein gedeelte van de tussenzool, dus de totale demping loopt toch weer snel achteruit. Ik vind voorts extra demping in de voorvoet niet functioneel. Dan kan de voorvoet bij de afzet inzakken en daar is niemand bij gebaat.'
Lemmens heeft al kunnen ervaren hoe het is om in een (prototype van een) DMX-schoen te lopen. 'In deze zool verplaatst lucht zich van achteren naar voren. Het is net of je op een plastic zakje loopt. Je voelt een complete luchtbal onder je voeten, heftiger dan bij Nike. Dat is een vreemde gewaarwording, maar het voelde toch heel prettig en comfortabel aan. De vraag is nog wel of die schoen in het veld voldoende stabiel is en of de buitenzool sterk genoeg is.'
Van Gheluwe volgt nieuwe modellen niet 'op de voet'. Voor de concepten van Adidas en Puma kan hij wel waardering opbrengen. 'Met een dunnere tussenzool en afgeronde hielen krijg je inderdaad een meer gecontroleerde afrol van de schoen, in plaats van het neerklappen en het versterkende plankeffect (de hefboom, red.). Hierdoor ontstaat ook een betere schokdemping en datzelfde geldt voor een zool met meer luchtcellen.' Zoals die van Puma.
Glimmende luchtkussens
'Het beste systeem tot nu toe', zegt Brunick, 'is nog steeds Nike Air. Dat bezit goede dempende kwaliteiten, is veerkrachtig en heeft een langere levensduur dan EVA. Ik heb het dan alleen over de functionele schoentypen, en niet over de schoenen waarbij je de luchtkussens ziet glimmen door een uitsparing in de tussenzool.'
Lemmens noemt Karhu Fulcrum (kantelende wig) als gewaardeerd systeem, evenals Cantilever van Avia (een holronde zoolconstructie, die door in te zakken tegelijkertijd voor demping en stabiliteit zorgt). Schrijver is meer te spreken over Asics, dat al jaren vasthoudt aan EVA en daaruit een stabiele schoen opbouwt. En hun Gel-systeem dan? Schrijver: 'Ach, dat is maar drie millimeter dik en doet niet veel.'
In de herinnering duikt nu ook de befaamde X Caliber GT van Asics op, de allereerste schoen met een antipronatie-blok. Schrijver: 'Die mensen weten zelf niet dat ze toen een wereldproduct in handen hadden. Het is heel typisch dat wij hier nauwelijks mensen met problemen zagen toen die schoen op de markt was. Dat kwam door dat blokje en doordat er een heel goed standaardvoetbedje in die schoen lag. Nadien is het allemaal commerciëler geworden en ook een stuk minder.'
Dat heeft alles te maken met hoe in de Verenigde Staten met schoeisel wordt omgegaan. Een schoenadvies geven is aldaar een dubieuze aangelegenheid, gezien de torenhoge claims die er tegenwoordig in allerlei bizarre situaties worden toegekend. In het algemeen kijken Amerikanen helemaal niet naar het looppatroon en bestaan er dan ook helemaal geen speciaalzaken.
Als Van Gheluwe of Schrijver ontwerpers over de vloer krijgt, worden wel eens gevoelige noten gekraakt. Schrijver: 'Ik heb hier vertegenwoordigers gehad, die doorkregen dat ze op basis van de eigen informatie leugens zaten te vertellen. Dan waren ze blij dat ze voortaan een aantal argumenten achter een nieuw concept maar beter achterwege konden laten, want anders zouden ze voor joker staan.' En Van Gheluwe: 'Wij hebben een keer een nieuwe schoen voor de introductie getest, maar het onderzoek liep spaak omdat de ene na de andere loper er niet meer op wilde lopen.'
Witte vlek
De fabrikanten zullen volgens de wetenschappers in de nabije toekomst op de volgende zaken stuiten. Van Gheluwe: 'Een nieuwe schoen kan perfect zijn, maar wat gebeurt er in de loop der tijd? Dus hoe verloopt de slijtage, en dan niet alleen wat betreft de buitenzool. Er is verder altijd heel veel aandacht voor het achterste gedeelte van de schoen, maar er wordt nog niet veel gedacht aan de voorvoet. Terwijl de krachten daar niet min zijn en ook hierbij stabiliteit belangrijk is. Het is een witte vlek voor veel constructeurs. Wat is voorts de invloed van vermoeidheid?
De pasvorm is een nog grotendeels onontgonnen gebied. Sommige goede schoenen zijn te smal voor een brede voet en dan wordt een stabiele schoen een minder stabiele schoen. Vooral de pasvorm in de hiel is belangrijk. Wij hebben hier experimenten gedaan, waarbij niet alleen is gekeken naar de bewegingen van de schoen, maar ook naar de bewegingen van de hiel in de schoen. En dan zie je dat als de schoen te breed is voor de hiel, de voet niet wordt gesteund door de schoen. Dan gaat de voet geheel zijn eigen gang. Minder goede schoenen halen op zo'n manier soms betere testresultaten dan goede schoenen die in de hiel te breed zijn!'
Pikant is een opmerking van Van Gheluwe over de aanpassing van de dikte van de zool aan het gewicht. 'De fabrikanten kennen dit probleem, maar doen er niets aan. De dikte van de zool verloopt niet evenredig met de maat. Een grotere schoen heeft naar verhouding minder zool en de kleinere schoenen bezitten een betere schokdemping. Men weet dat, maar het is commercieel niet handig. Schoenen zouden daardoor duurder worden, vooral de grotere schoenen.' En de winkeliers zouden omkomen in de verschillende paren per model en maat.
Schrijver komt met een laatste item ter verbetering: 'Iedereen landt op de buitenkant van de hak, of men nu proneert of supineert. Dáár zou dan een dempingselement moeten zitten, maar dat heeft maar één merk (Adidas met PODS, red.). Dit is nog niet eerder gedaan door een gebrek aan kennis en omdat het nog steeds een commerciële zaak is. Verder kun je van al die dempingssystemen midden onder de hiel niet het bedoelde effect verwachten. De leek denkt: als er maar iets in zit, is het goed. De klanten herkennen die flauwekul pas als ze zichzelf op video zien lopen.'
Tot slot moet nogmaals worden vastgesteld dat er na twintig jaar innoveren nog steeds bijzonder veel blessures zijn. Van Gheluwe: 'Klopt, en dat is in tegenspraak met de verbetering van de schoenen en creëert ook een controverse binnen de biomechanicawereld. Er zijn daarom wetenschappers die ageren tegen een te goede schoen. Want de feedback die voeten zelf kunnen geven, als reactie op de belastingen, verdwijnt daardoor. De voeten worden in slaap gewiegd. Je gaat slordiger lopen, want je voelt het toch niet. Deze mensen propageren het blootsvoets lopen, maar dat valt natuurlijk niet vol te houden. We moeten echter niet te ver gaan in het beschermen van de voet. Het lichaam wordt immers ook steeds meer immuun voor antibiotica.'
(Runner's World, februari 1997)