Van onze ouders hebben we feitelijk leren wandelen en niet leren (hard)lopen. De meeste lopers zijn dan ook ooit 'ongeschoold' begonnen met trainen. Daarom zijn op deze pagina's een aantal basisprincipes van de trainingsleer op een rijtje gezet. Zo heeft u de mogelijkheid alsnog een stuk theorie op te doen.
Het doel van een warming-up is het lichaam en de geest goed voor te bereiden op het leveren van een optimale prestatie, gevolgd door een spoedig herstel, en met een minimale kans op blessures.
De vraag hoe lang en hoe hard er gelopen moet worden om de gewenste prestatieverbetering te krijgen, is even oud als de looptraining zelf. Veel lopers kennen een vast rondje en lopen daar met veel plezier al jaren hun duurloopje. Houdt u van meer afwisseling, van een pittige training met daarna extra rust, lees dan dit artikel. Alle mogelijke varianten van de duurloop worden hier besproken, alsook de effecten en de volgorde waarin ze dienen te worden afgewerkt.
Zoals bekend vormen lange rustige duurlopen belangrijke onderdelen van het trainingsschema. Maar wie uit is op prestatieverbetering, zal zich ook moeten onderwerpen aan 'harde' intervaltrainingen. Lopers van elk niveau zullen, ongeacht het feit of ze de tien kilometer in 36, 45 of 54 minuten afleggen, hun persoonlijke records breken na het doen van harde trainingen met wisselende snelheid.
Toverinstrument of niet? Lees onze inleidingen voor beginners en gevorderden.