15 gouden hardloopregels

Ongeacht je niveau, deze loopregels moet je kennen als hardloper.

maandag, 4 mei 2015, 9:07
15 gouden hardloopregels

Vraag aan 10 hardlopers wat de beste manier is om je voor te bereiken op een wedstrijd en je krijgt 10 verschillende antwoorden. En dit geldt niet alleen voor wedstrijdvoorbereiding, ook op het gebied van bijvoorbeeld herstel en voeding zijn veel verschillende theorieën. Toch zijn er een aantal regels die hieraan ten grondslag liggen.

Regel 1: De train-specifiek regel
De effectiefste training lijkt in alles op het evenement waarvoor je traint. Dit is de voornaamste trainingsregel voor elke activiteit. Als je een 10 kilometer wilt lopen in 4.30 minuten per kilometer, dan moet je een aantal keren in dat tempo hardlopen. Je kunt je ook voorbereiden op de specifieke wedstrijdomstandigheden, door enkele keren onder die condities (denk aan ondergrond, heuvels of bruggen, maar ook aan de temperatuur) te trainen.

De uitzondering: het is onpraktisch om in je training een wedstrijd helemaal na te bootsen – vooral de langere afstanden – omdat het teveel hersteltijd vergt. Dus als je wedstrijdspecifiek traint, loop dan niet de hele wedstrijdafstand. Je kunt het wedstrijdtempo ook trainen tijdens intervaltraining met korte pauzes (bijvoorbeeld 3 x 1,5 kilometer).

Regel 2: De 10-procentsregel
Voeg niet meer dan 10 procent per week toe aan de totale hoeveelheid trainingskilometers.
De 10-procentregel werd al in de jaren 1980 vermeld in de Amerikaanse Runner’s World en is sindsdien een algemeen aanvaard uitgangspunt. Hardlopers die te snel te veel trainingskilometers maken lopen nogal eens blessures op.

De uitzondering: als je begint met minder dan tien kilometer per week na een rustperiode, kun je meer dan 10 procent per week toevoegen tot je dichtbij je gebruikelijke trainingsbelasting bent.

Regel 3: De 2-uurregel
Wacht met hardlopen tot ongeveer twee uur na een maaltijd.
Voor de meeste mensen is twee uur genoeg tijd om het eten te verteren en met een redelijk lege maag te kunnen trainen, zeker als de maaltijd uit veel koolhydraten bestaat. Ga je te snel na een maaltijd hardlopen, dan kan het eten niet goed verteren en kun je buikkramp of een opgeblazen gevoel krijgen. Zelfs misselijkheid en braken komen dan voor.

De uitzondering: na een lichte, koolhydraatrijke maaltijd kun je waarschijnlijk al na 90 minuten gaan hardlopen, terwijl je na een zware maaltijd met veel proteïnen en vet mogelijk drie uur en soms nog wel langer moet wachten.

Regel 4: De 10-minutenregel
Begin elke training met 10 minuten wandelen of rustig joggen en doe hetzelfde aan het eind van je training. Dit is een rustige warming-up en daarmee maak je je lichaam klaar voor de training door geleidelijk de bloedcirculatie te stimuleren en de kerntemperatuur van de spieren te verhogen. Ook als cooling-down is het aan te bevelen. Abrupt stoppen kan kramp in je benen veroorzaken, misselijkheid, duizeligheid of flauwvallen.

De uitzondering: op warme dagen kun je met minder dan 10 minuten volstaan.

Regel 5: De 2-dagenregel
Als er iets twee hele dagen pijn doet tijdens opeenvolgende trainingen, sla dan de volgende twee trainingen over. Twee hele dagen pijn kan een signaal zijn voor een beginnende blessure. Je hoeft je geen zorgen te maken over de conditie; die is zelfs na vijf rustdagen nauwelijks aangetast.

De uitzondering:als iets pijn blijft doen, zelfs na twee rustdagen, ga dan naar een arts of fysiotherapeut.

Regel 6: De bekend-eten regel
Eet of drink in een wedstrijd niets wat je niet eerder hebt uitgeprobeerd voorafgaand aan of tijdens een wedstrijd of pittige training. Experimenteer alleen bij korte, rustige trainingen, niet bij wedstrijden. Je maagdarmstelsel went namelijk aan een bepaalde mix van voedingsmiddelen. Je kunt normaal gesproken zonder probleem allerlei voedingsmiddelen uitproberen, maar tijdens inspanning is het spijsverteringssysteem gevoeliger en je riskeer je maag-darmproblemen.

De uitzondering: als je tegen een hongerklop aanloopt, kun je beter iets onbekends eten dan helemaal niets.

Regel 7: De wedstrijd herstelregel
Reken voor elke drie gelopen wedstrijdkilometers telkens twee rustdagen voordat je weer pittig gaat trainen of een volgende wedstrijd gaat doen.
Dat betekent dat je na een 10 kilometer wedstrijd 6 à 7 dagen geen snelheidstrainingen of wedstrijden moet plannen. Na een marathon is die periode liefst 28 dagen.

De uitzondering: Als je tijdens de wedstrijd niet tot het gaatje ging, kun je volstaan met minder rustdagen.

Regel 8: De tegenwind-meewindregel
Sommige lopers denken dat je van tegenwind net zo veel langzamer wordt als je van meewind sneller gaat. Helaas kost lopen met tegenwind meer energie dan je, na het veranderen van de looprichting, van de meewind terugkrijgt. Houd er dus rekening mee dat je op winderige dagen de trainingstijden naar beneden bijstelt . Op winderige dagen kun je de klok eigenlijk maar beter negeren zelfs. Bewaak je inspanningsniveau en niet je tempo. Start met tegenwind, zodat je de wind in de rug hebt tijdens de tweede helft van je duurloop.

De uitzondering: Als je alleen maar van A naar B loopt, met de wind in de rug,  heb je geen last van de nadelen van tegenwind.

Regel 9: De conversatieregel
Je moet in staat zijn in volledige zinnen te praten tijdens het lopen. Dan hebben we het over de duurlopen, niet over intervaltraining of tempowerk. Onderzoek heeft aangetoond dat hardlopers wiens hartslag en ademhaling binnen hun nagestreefde aerobe zones lagen, gemakkelijk een verhaal konden vertellen. Degenen die daartoe niet in staat waren omdat ze adem tekort kwamen, liepen harder dan goed voor ze was.

De uitzondering: praten tijdens pittige trainingen, snelheidswerk of wedstrijden – we schreven het hierboven al – hoeft je natuurlijk niet eenvoudig af te gaan.

Regel 10: De koolhydratenregel
Neem een paar dagen voor de wedstrijd meer koolhydraten op in je dieet. ‘Koolhydraten stapelen’ werd na Scandinavisch onderzoek in 1967 het mantra van elke marathonloper. Je moest aan het begin van de week de koolhydraatvoorraden uitputten, om ze in de tweede helft van de week tot de rand te vullen. Experts van tegenwoordig zeggen dat het net zo goed werkt als je een aantal dagen voor de wedstrijd extra koolhydraten neemt.

De uitzondering: tijdens gewone trainingen of voorafgaand aan een evenement over een korte afstand is extra koolhydraten innemen niet nodig.

Regel 11: De 7-jaarregel
Hardlopers bereiken hun top na ongeveer zeven jaar training. Deze 7-jaar aanpassingstheorie komt voort uit het ervaringsfeit dat veel hardlopers hun beste tijden liepen ongeveer zeven jaar nadat ze begonnen waren.

De uitzondering: hardlopers die weinig kilometers maken zullen de zeven jaar moeten verlengen tot minstens tien jaar voordat ze hun top bereiken.

Regel 12: De linkerkant-van-de-weg-regel
Loop voor de veiligheid tegen het richting van het verkeer in. Natuurlijk is het nog veiliger om op het trottoir of fietspad te lopen. Maar als je noodgedwongen op de weg moet lopen, dan kun je door aan de linkerkant van de weg te lopen het verkeer zien aankomen. In veel Amerikaanse staten is er zelfs een wettelijk voorschrift om aan de linkerkant van de weg te lopen.

De uitzondering: de rechterkant is veiliger op fietspaden en als je hardloopt op een weg met linksom draaiende bochten met een smalle berm. De rechterkant kan ook veiliger zijn als er gebouwd wordt aan de linkerkant van de weg.

Regel 13: De heuvelop verslaat heuvelaf regel
Lopen door de heuvels kost meer energie dan lopen op het vlakke. Bij heuvelop lopen lever je meer snelheid in dan dat je bij afdalen wint. Bij dat laatste gaat op het moment van de voetlanding veel energie verloren. Je kunt dus verwachten dat je minder snel bent op een heuvelparcours dan op vlak terrein.

De uitzondering: als de finish lager ligt dan de start (zoals bijvoorbeeld bij de Boston Marathon) dan zou je sneller moeten zijn dan op een vlak parcours. Velen bewijzen tijdens de Zevenheuvenloop dat je er ook profijt van kunt hebben!

Regel 14: De slaapregel
Slaap twee extra minuten per nacht voor elke kilometer die je per week traint. Dus als je vijftien kilometer per week traint, slaap je een extra halfuur per nacht vanwege die hardloopactiviteit. Slaaptekort heeft een negatieve invloed op je training. Gemiddeld heeft iemand per nacht zevenenhalf tot acht uur slaap nodig en dat wordt dus meer als je traint.

De uitzondering: de extra slaap is misschien niet nodig voor mensen met veel energie.

Regel 15: De bijtankregel
Neem binnen dertig tot zestig minuten na een wedstrijd, snelheidswerk of een lange duurloop een combinatie van voeding of drankje met koolhydraten en eiwitten. De koolhydraten zijn nodig om de verbruikte voorraad glycogeen in je spieren aan te vullen. De eiwitten moet je nemen om je spieren te laten herstellen en versterken. De ideale koolhydraat-eiwitverhouding is 4 staat tot 1. Je kunt 150 tot 300 kilocalorieën uit magere chocolademelk, een herstelsportdrank, vruchtenyoghurt, of een bagel met pindakaas halen.

De uitzondering: onmiddellijk bijvullen is minder belangrijk als er een rustdag is gepland voor je eerstvolgende training.