15 hardloopregels voor je wedstrijdvoorbereiding

Ongeacht je niveau, deze loopregels moet je kennen als hardloper.

vrijdag, 16 februari 2018, 14:30
15 hardloopregels voor je wedstrijdvoorbereiding
FOTO: GETTY

Vraag aan tien hardlopers wat de beste manier is om je voor te bereiden op een wedstrijd en je krijgt tien verschillende antwoorden.

Dit geldt niet alleen voor de wedstrijdvoorbereiding, ook over bijvoorbeeld het herstel en de voeding zijn er veel verschillende theorieën.

Toch zijn er een aantal regels die voor bijna iedereen wel als basis gelden. Wij zetten ze voor je op een rij.

1 / 15

Regel 1: De train-specifiekregel

De effectiefste training lijkt in alles op het evenement waarvoor je traint. Dit is de voornaamste trainingsregel voor elke activiteit. Als je een 10 kilometer wilt lopen in 4.30 minuten per kilometer, dan moet je een aantal keren in dat tempo hardlopen. Je kunt je ook voorbereiden op de specifieke wedstrijdomstandigheden, door enkele keren onder die condities (denk aan ondergrond, heuvels of bruggen, maar ook aan de temperatuur) te trainen.

De uitzondering: het is onpraktisch om in je training een wedstrijd helemaal na te bootsen – vooral de langere afstanden – omdat het te veel hersteltijd vergt. Dus als je wedstrijdspecifiek traint, loop dan zeker niet de hele wedstrijdafstand. Je kunt het wedstrijdtempo ook trainen tijdens een intervaltraining met niet al te lange pauzes (bijvoorbeeld 5 à 6 x 1 kilometer voor een 10-kilometerwedstrijd).

arrow down
2 / 15

Regel 2: De 10-procentsregel

Voeg niet meer dan 10 procent per week toe aan de totale hoeveelheid trainingskilometers.
De 10-procentregel werd al in de jaren 1980 vermeld in de Amerikaanse Runner’s World en is sindsdien een algemeen aanvaard uitgangspunt. Hardlopers die te snel te veel trainingskilometers maken lopen nogal eens blessures op.

De uitzondering: als je na een rustperiode met minder dan 10 kilometer per week begint, kun je meer dan 10 procent per week toevoegen tot je weer dicht bij je gebruikelijke trainingsbelasting bent.

arrow down
3 / 15

Regel 3: De 2-urenregel

Wacht met hardlopen tot ongeveer twee uur na een maaltijd.
Voor de meeste mensen is twee uur genoeg tijd om het eten te verteren en met een redelijk lege maag te kunnen trainen, zeker als de maaltijd uit veel koolhydraten bestaat. Ga je te snel na een maaltijd hardlopen, dan kan het eten niet goed verteren en kun je buikkramp of een opgeblazen gevoel krijgen. Zelfs misselijkheid en braken komen dan voor.

De uitzondering: na een lichte, koolhydraatrijke maaltijd kun je waarschijnlijk al na 90 minuten gaan hardlopen, terwijl je na een zware maaltijd met veel eiwitten en vet mogelijk drie uur en soms langer moet wachten.

arrow down
4 / 15

Regel 4: De 10-minutenregel

Begin elke training met 10 minuten wandelen of rustig joggen en doe hetzelfde aan het eind van je training. Dit is een rustige warming-up en daarmee maak je je lichaam klaar voor de training door geleidelijk de bloedcirculatie te stimuleren en de kerntemperatuur van de spieren te verhogen. Ook als cooling-down is het aan te bevelen. Abrupt stoppen kan kramp in je benen veroorzaken, evenals misselijkheid, duizeligheid of flauwvallen.

De uitzondering: op warme dagen kun je met minder dan 10 minuten volstaan.

arrow down
5 / 15

Regel 5: De 2-dagenregel

Als er iets twee hele dagen pijn doet tijdens opeenvolgende trainingen, sla dan de volgende twee trainingen over. Twee hele dagen pijn kan een signaal zijn voor een beginnende blessure. Je hoeft je geen zorgen te maken over de conditie; die is zelfs na vijf rustdagen nauwelijks aangetast.

De uitzondering: als iets pijn blijft doen, zelfs na twee rustdagen, ga dan naar een arts of fysiotherapeut.

arrow down
6 / 15

Regel 6: De bekend-etenregel

Eet of drink in een wedstrijd niets wat je niet eerder hebt uitgeprobeerd voorafgaand aan of tijdens een wedstrijd of pittige training. Experimenteer alleen bij korte, rustige trainingen, niet bij wedstrijden. Je maagdarmstelsel went namelijk aan een bepaalde mix van voedingsmiddelen. Je kunt normaal gesproken zonder probleem allerlei voedingsmiddelen proberen, maar tijdens inspanning is het spijsverteringssysteem gevoeliger en riskeer je maag-darmproblemen.

De uitzondering: als je tegen een hongerklop aanloopt, kun je beter iets onbekends eten dan helemaal niets.

arrow down
7 / 15

Regel 7: De wedstrijd-herstelregel

Reken voor elke drie gelopen wedstrijdkilometers telkens twee rustdagen voordat je weer pittig gaat trainen of een volgende wedstrijd gaat doen.
Dat betekent dat je na een 10-kilometerwedstrijd 6 à 7 dagen geen snelheidstrainingen of wedstrijden moet plannen. Na een marathon is die periode liefst 28 dagen.

De uitzondering: als je tijdens de wedstrijd niet tot het gaatje ging, kun je volstaan met minder rustdagen.

arrow down
8 / 15

Regel 8: De tegenwind-meewindregel

Sommige lopers denken dat je van tegenwind net zo veel langzamer wordt als je van meewind sneller gaat. Helaas kost lopen met tegenwind meer energie dan je, na het veranderen van de looprichting, van de meewind terugkrijgt. Houd er dus rekening mee dat je op winderige dagen de trainingstijden naar beneden bijstelt. Op winderige dagen kun je de klok eigenlijk zelfs beter negeren. Bewaak je inspanningsniveau en niet je tempo. Start met tegenwind, zodat je de wind in de rug hebt tijdens de tweede helft van je duurloop.

De uitzondering: als je alleen maar van A naar B loopt, met de wind in de rug, heb je geen last van de nadelen van tegenwind.

arrow down
9 / 15

Regel 9: De conversatieregel

Je moet in staat zijn in volledige zinnen te praten tijdens het lopen. Dan hebben we het over de duurlopen, niet over intervaltraining of tempowerk. Onderzoek heeft aangetoond dat hardlopers wiens hartslag en ademhaling binnen hun nagestreefde aerobe zones lagen, gemakkelijk een verhaal konden vertellen. Degenen die daartoe niet in staat waren omdat ze adem tekortkwamen, liepen harder dan goed voor ze was.

De uitzondering: praten tijdens pittige trainingen, snelheidswerk of wedstrijden – we schreven het hierboven al – hoeft je natuurlijk niet eenvoudig af te gaan.

arrow down
10 / 15

Regel 10: De koolhydratenregel

Neem een paar dagen voor de wedstrijd meer koolhydraten op in je dieet. ‘Koolhydraten stapelen’ werd na Scandinavisch onderzoek in 1967 het mantra van elke marathonloper. Je moest aan het begin van de week de koolhydraatvoorraden uitputten, om ze in de tweede helft van de week tot de rand te vullen. Experts van tegenwoordig zeggen dat het net zo goed werkt als je een aantal dagen voor de wedstrijd extra koolhydraten neemt.

De uitzondering: tijdens gewone trainingen of voorafgaand aan een evenement over een korte afstand is extra koolhydraten innemen niet nodig.

arrow down
11 / 15

Regel 11: De 7-jarenregel

Hardlopers bereiken hun top na ongeveer zeven jaren trainen. Deze theorie komt voort uit de ervaring dat veel hardlopers hun beste tijden liepen na ongeveer zeven jaren sinds hun begin in de sport.

De uitzondering: hardlopers die weinig kilometers maken zullen die zeven jaren moeten met minstens drie jaren moeten verlengen, voordat ze hun top bereiken.

arrow down
12 / 15

Regel 12: De linkerkant-van-de-weg-regel

Loop voor je veiligheid tegen de richting van het verkeer in. Natuurlijk is het nog veiliger om op het trottoir of fietspad te lopen. Maar als je noodgedwongen op de weg moet lopen, dan kun je door aan de linkerkant van de weg te lopen het verkeer zien aankomen.

De uitzondering: de rechterkant is veiliger op fietspaden en als je hardloopt op een weg met linksom draaiende bochten met een smalle berm. De rechterkant kan ook veiliger zijn als er gebouwd wordt aan de linkerkant van de weg.

arrow down
13 / 15

Regel 13: De heuvelop-verslaat-heuvelaf-regel

Lopen door de heuvels kost meer energie dan lopen op het vlakke. Bij heuvelop lopen lever je meer snelheid in dan dat je bij afdalen wint. Bij dat laatste gaat op het moment van de voetlanding veel energie verloren. Je kunt dus verwachten dat je minder snel bent op een heuvelparcours dan op vlak terrein.

De uitzondering: als de finish lager ligt dan de start (zoals bijvoorbeeld bij de Boston Marathon) zou je sneller moeten zijn dan op een vlak parcours. Velen bewijzen tijdens de Zevenheuvelenloop dat de hellingen helemaal geen nadeel hoeven te zijn.

arrow down
14 / 15

Regel 14: De slaapregel

Slaaptekort heeft een negatieve invloed op je training. Gemiddeld heeft iemand per nacht zevenenhalf tot acht uur slaap nodig en dat wordt meer als je traint. Slaap per nacht twee minuten meer voor elke kilometer die je per week traint. Dus als je vijftien kilometer per week traint, slaap je een halfuur per nacht extra.

De uitzondering: de extra slaap is misschien niet nodig voor mensen met veel energie.

arrow down
15 / 15

Regel 15: De bijtankregel

Eet of drink binnen dertig tot zestig minuten na een wedstrijd, snelheidswerk of een lange duurloop een combinatie van koolhydraten en eiwitten. De koolhydraten zijn nodig om de verbruikte voorraad glycogeen in je spieren (energie) aan te vullen. De eiwitten moet je nemen om je spieren te laten herstellen en versterken. De ideale koolhydraat-eiwitverhouding is 4 staat tot 1. Je kunt 150 tot 300 kilocalorieën uit magere chocolademelk, een herstelsportdrank, vruchtenyoghurt of een boterham met pindakaas halen.

De uitzondering: onmiddellijk bijvullen is minder belangrijk als er een rustdag is gepland voor je eerstvolgende training.

arrow down