Hardlopen door het museum

Sprinten als performance door de gangen van Museum Voorlinden. Grijp de kans om Martin Creed zelf te ontmoeten.

woensdag, 19 april 2017, 14:28
Hardlopen door het museum

Even simpel als ontregelend

De ultieme sprintbaan heeft geen tartan als ondergrond. Hij heeft geen markeringen, geen finishstreep en bevindt zich ook niet in de openlucht. De ultieme sprintbaan is een museum!

Dat moet de inval zijn geweest die de Brits-Schotse kunstenaar Martin Creed had voordat hij zijn ‘Work no. 850’ ontwikkelde: een heerlijk voorbeeld van performance art dat te beleven is in Museum Voorlinden in Wassenaar. Als toeschouwer en als deelnemer.

Missie geslaagd
Het is een even simpel als ontregelend werk. Op weekenddagen (tot 11 juni) snellen er van 11.00 tot 14.00 uur kort achter elkaar sprinters door de zalen van het museum. Een handeling die zo contrasteert met de sereniteit die doorgaans van expositieruimten uitgaat, dat bezoekers er eerst raar van opkijken, om vervolgens vooral in bewondering te blijven kijken. Kunstenaarsmissie geslaagd.

Boven de stoute grijns beginnen zijn ogen te twinkelen

Creed, de winnaar van de prestigieuze Turner Prize in 2001, houdt van hardlopen. ‘Het is een opwindende actie,’ vertelde hij toen zijn 850ste werk in het Tate Modern werd geëxposeerd. ‘Het is letterlijk een voorbeeld van leven. Het is het compleet tegenovergestelde van dood zijn, wanneer je je zo snel als je mogelijkerwijs kunt, voortbeweegt.’

Humor
Maar deze serieuze lezing was voor hem niet het voornaamste argument om het werk te willen maken, haast Creed om toe te voegen. Humor was dat des te meer. ‘Als je op straat bent en er komt een hardloper voorbij, schrik je daar altijd een beetje van.
Wat gebeurt er, kun je dan denken, is er een diefstal gepleegd? Met andere woorden: hardlopen valt op. Behalve misschien op de atletiekbaan, dus daar had ik het werk ook niet willen maken. Het idee om mensen door een museum te zien rennen, maakte me echter aan het lachen.’

Boven de stoute grijns beginnen zijn ogen te twinkelen. Welkom in de wonderlijke wereld van Martin Creed, waar humor de boventoon voert. Daarvan getuige nog vele van de 53 andere werken die momenteel in Wassenaar te zien zijn. De naam die de tentoonstelling draagt, luidt dan ook Say Cheese.

Een goede impressie van wat je te wachten staat, zie je in de video van Omroep West:

Ontmoet Creed
Aanstaande zaterdag (22 april 2017) geeft Creed een bijzondere voordracht in Museum Voorlinden. Het inkijkje in zijn belevingswereld en werkwijze bestaat uit een mix van performance en voordracht, in combinatie met muziek en visuals.

Reserveren hiervoor is verplicht (via talk@voorlinden.nl).
Meer info: www.voorlinden.nl/tentoonstelling/martin-creed-say-cheese.

Zelf sprinten!
Wie zelf museumstuk wil worden door actief mee te sprinten, kan zich nog melden bij Elsbeth Ciesluk van Museum Voorlinden (runner@voorlinden.nl). Zij meldt ons:

‘We hebben inmiddels een enorme hoeveelheid lopers in ons bestand staan, maar kunnen altijd nog wel een paar goed getrainde, snelle atleten gebruiken. Voor ieder weekend (zowel op zaterdag als op zondag) zijn minimaal tien lopers nodig.
De exacte opdracht is dat je 60 meter sprint, dan een pauze hebt zolang als je hebt gesprint (dus bijvoorbeeld 10 seconden, je moet namelijk starten en stoppen in een bochtje, dus het gaat iets langzamer dan op de baan) en dan sprint je weer 60 meter. Daarna zijn vier anderen aan de beurt. Met vijf lopers sprint je een kwartier vol (dat komt neer op ongeveer vijf keer heen en weer per persoon) en dan heb je 15 minuten pauze.’

Pushen
‘Het is een strak intervalschema voor de atleten, die geacht worden dit goed bij te houden aan de hand van klokjes die aan beide kanten van de 60 meter hangen.
De totale performance duurt drie uur, wat betekent dat je met je team 6 x 15 minuten aan het sprinten bent, wat weer neerkomt op dertig keer heen en weer sprinten, dus zestig keer starten.
Het hangt ook een beetje af van de snelheid van je team. Je wordt geacht op hoge snelheid te lopen, dus jezelf telkens weer te pushen om echt hard te gaan. Maar wel zo snel, dat je het de hele performance kunt volhouden. In de praktijk blijkt dat 400- en 800-meterlopers hier bij uitstek geschikt voor zijn.’

Tekst: Helen Johnson
Foto: Museum Voorlinden/Rennie Collection, Vancouver