Schoenen en blessures

‘Hardloopschoenen voorkomen geen blessures' stond er in een persbericht van het UMC Groningen.

vrijdag, 28 maart 2014, 7:01
Schoenen en blessures

‘Hardloopschoenen voorkomen geen blessures’ stond er deze week boven een persbericht van het Universitair Medisch Centrum Groningen. ‘Blessures niet door loopschoenen’, had ook gekund.

Het was zeker een prikkelende kop boven een persbericht. Dat was ook de bedoeling van Steef Bredeweg, de Groninger sportarts en onderzoeker die woensdag 2 april promoveert op zijn proefschrift. In de vier pagina’s lange samenvatting komen hardloopschoenen echter helemaal niet voor. ‘Blessures worden niet veroorzaakt door hardloopschoenen’, had er ook kunnen staan’, bevestigt Bredeweg. Wat is hier aan de hand?

‘Ik werk als sportarts al heel lang met geblesseerde lopers’, zegt Bredeweg, ‘en hun eerste gedachte is vaak: het zal wel aan mijn schoenen liggen. Die mythe is er nog steeds. Ik probeer ze beter te laten nadenken over wat een blessure is en hoe die ontstaat. En dat een schoen maar een heel klein onderdeel van het geheel is. De belangrijkste oorzaak van een hardloopblessure is een disbalans tussen belasting en overbelasting. Lopers maken te veel trainingsfouten. Ze lopen te ver, te snel en te vaak. Er is geen bewijs dat risicofactoren als leeftijd, geslacht, BMI, loopondergrond, voettype of hardloopschoenen een belangrijke rol spelen in het ontstaan van loopblessures’, aldus Bredeweg.

Het proefschrift van Bredeweg gaat vooral over het voorkomen van blessures met behulp van een specifiek oefenprogramma voor beginnende hardlopers. Bredeweg concludeert dat dit programma geen effect had. Daarbij heeft hij ook gekeken naar de wetenschappelijke literatuur over loopschoeisel. Uit een indrukwekkende literatuurlijst filterde hij bekende kost, beaamt Bredeweg. Nieuwe inzichten over hardloopschoenen verkondigt hij niet.
Zo is er nog steeds een grote kloof tussen theorie en praktijk. De definitieve theorie over de belasting van het hardlopen op ons bewegingsapparaat is nog lang niet opgeschreven. En Bredeweg verwacht ook niet dat hij dat gaat meemaken. Er is nog onvoldoende kennis over ons lichaam in relatie tot belastingen en blessures, maar dat wil niet zeggen dat die relatie er niet is. Bredeweg: ‘Het gaat er niet om wat er aan je voet zit, maar om de manier waarop je loopt. De vraag is hoe we de optimale balans tussen belasting en belastbaarheid voor de individuele atleet kunnen achterhalen. En niet de optimale schoen, de optimale ondergrond of de optimale voetlanding.’

Zo lang wetenschappers de theorie nog niet op orde hebben, blijft het voor schoenfabrikanten, winkeliers en lopers gissen. ‘Voor winkeliers die loopschoenen verkopen, is mijn verhaal misschien niet leuk’, aldus Bredeweg. ‘Ze hebben wel gelijk als ze zeggen dat de nuance zoek is. Schoenfabrikanten zullen denken dat deze storm wel overwaait. Het is nu even een hype en over een week gaat iedereen weer zijn normale gang. Fabrikanten investeren veel te weinig in echt goed onderzoek, maar het is ook lastig om blessures goed te meten. Dat kost gigantisch veel tijd, geld en energie, en dan is het nog onzeker wat het oplevert. De vraag is natuurlijk ook in hoeverre fabrikanten geïnteresseerd zijn in het voorkomen van blessures. Zij zijn vooral geïnteresseerd in het verkopen van schoenen.’

Verkopen schoenfabrikanten daarom onzin? Geen gerespecteerde firma die nog gezondheidsclaims maakt of een claim aan de broek krijgt. Bredeweg: ‘De fabrikanten pretenderen wel dat hun schoenen meer blessures voorkomen dan anderen, maar juridisch kun je ze hier niet op pakken.’

Dat ten slotte twee derde van de lopers jaarlijks niet geblesseerd raakt, duidt er op dat heel veel lopers wel het juiste trainingsprogramma en redelijk geschikte schoenen weten te vinden. Op dat laatste punt heeft Bredeweg ook nog een schoenadvies in zijn proefschrift opgenomen: ‘Koop een schoen waarvan het comfort je bevalt en koop er, als je vaker loopt, ook nog een paar andere loopschoenen bij.’

Ysbrand Visser
[28-3-2014]