New York City Marathon met hindernissen

Sjaak van de Groep vroeg zich af of hij als ongetraind hardloper binnen een jaar een marathon kon lopen.

donderdag, 1 december 2016, 11:26
New York City Marathon met hindernissen

The race of life is a marathon, not a sprint

Sjaak van de Groep schreef maandelijks over zijn trainingsvorderingen (‘Sjaak loopt de marathon’) in de AD Amersfoortse Courant. Op 6 november liep hij de New York City Marathon.

De wielen van de truck spinnen. De vrachtwagen glijdt akelig dicht naar de bergwand. De Zweedse bergweg is zo glad als een pas gevangen aal. Dit is een horrorplek om foto’s te maken, realiseer ik me. Ik ben op reportage voor een journalistieke klus en het plotselinge besluit om hier in het midden van Zweden links af te slaan was oliedom. We staan muurvast.

sjaak-vd-ploeg-oefening‘Zout hebben we nodig,’ zeg ik, terwijl ik met pijn en moeite uit de cabine klim. Ik kamp met een lopersknie en ik slik diclofenac. Dat was mijn eerste hardlooples afgelopen januari: verhuizen (trap op, trap af), een dag later tien kilometer lopen en niet je core trainen, dat is vragen om de lappenmand.

Nee, ‘zand’ zei de chauffeur. We lopen honderd meter terug. Vier huisjes langs een idyllisch meer, ijsschotsen kondigen dooi aan. ‘Jullie zijn zeker Nederlanders,’ antwoordt de man die klust in zijn voortuin als we in ons beste Engels om hulp vragen. Zijn naam is Ruurd Visser. Hij woont in één van de huisjes. Hij helpt ons aan zand.

‘Ik ben fysiotherapeut,’ antwoordt hij, als ik vraag wat hij in deze uithoek doet.

‘Wat grappig,’ zeg ik. ‘Ik heb een lopersknie. Tips?’

‘Runner’s knee,’ lacht hij. ‘Hardlopers zijn doodlopers. Gelijk mee kappen. Ga fietsen. Dat is beter voor je.’

Ik kijk hem verbouwereerd aan, terwijl het zand zijn werk doet en de chauffeur gebaart: we kunnen weer.

Neervallen
Wie is deze onheilsprofeet die me het hardlopen afraadt? Bevind ik me ook op glad ijs? Mijn huisarts spreekt zijn twijfels uit. Een vriend van een vriend, die nota bene zelf marathons loopt, wist zeker dat mijn banden en spieren die 42 kilometer nooit aankonden.

Short is the pain, long is the pride

Binnen een jaar een marathon lopen kon in zijn ogen niet. Enkele familieleden die mij 6 november via de TCS New York City Marathonapp volgden, vreesden dat ik dood zou neervallen.

Toegegeven: dat had gekund. Ergens halverwege de New York City Marathon lag een vrij forse kerel knock-out op de Pulaski Bridge. Politieagenten stonden om hem heen. Sirenes klonken. Het slagveld was begonnen, dacht ik. Maar ja, wat wil je. Die man had ruim een halve marathon sneller gelopen dan ik met mijn 71 kilo, analyseerde ik, terwijl ik die adembenemende skyline van Manhattan nog een keer in me opnam. Dat is vragen om problemen.
Of hij het heeft overleeft, weet ik niet. Op kilometer 38 moest ik nog uitwijken voor hulpverleners met een brancard. Daarop lag een vrouw van een jaar of zestig, ademend door een zuurstofmasker.

Bilspieren
Zes maanden eerder, ergens op een polderweggetje tussen Bunschoten en Eemdijk, liep ik mijn verste duurloop tot dan toe. Na mijn lopersknie zocht ik professionele begeleiding en die vond ik bij CliniClowns, die ieder jaar met een stel hardloopfanaten afreizen naar de Big Apple, met Bram Som (Nederlands recordhouder 800 meter, red.) als een van de trainers.

clinigroep

Het mes snijdt aan meerdere kanten, besefte ik al snel. Ik loop voor een goed doel, ik krijg begeleiding en ik train met een groep gelijkgestemden. Israëlisch onderzoek naar ‘Clown Therapy’ leert dat patiënten die bezoek krijgen van CliniClowns minder pijn voelen, dat stress afneemt, en dat ze minder verdoving én medicatie nodig hebben.

Medicatie slikte ik gelukkig niet meer na mijn blessure. De duurloop van twintig kilometer liep ik op mijn nuchtere maag. Daar zou ik tijdens de marathon profijt van hebben, stelde mijn begeleider Aldo Tjoeng. Ik dronk vooraf twee glazen water met het sap van een hele citroen en gaan.

Wat is dit, dacht ik op kilometer vijftien? Mijn bilspieren sloegen op hol. Ze trilden alsof op ieder moment de aarde kon openbarsten. En hoeveel spieren telt een voetzool, vroeg ik me af. Ik moest noodgedwongen wandelen.

Hoe moest ik in vredesnaam verder komen? De spierpijn in mijn benen verdween ook niet. Ik heb een hoge spierspanning, ontdekte ik, hoewel ik er zelf alles aan deed (rekken, strekken, masseren met foamroller).

Smal pad
sjaak-behandelingIk lette ook op mijn voeding. Mijn herstelshake na die twintig kilometer, een zelfgemaakte, groene smoothie, bestond uit rauwe andijvie, verse koriander, bananen, sinaasappels en blauwe bessen, ofwel een boost aan vitaminen, mineralen, antioxidanten, koolhydraten en eiwitten. Ik merkte direct hoe mijn spieren de gezonde drank opslokten. Progressie boeken doe je na de training, viel me op. Drie dagen later liep ik energiek en krachtig weer veertien kilometer.

De aanloop naar New York was een smal pad dat ik bewandelde (en drie keer in de week liep) met vallen en opstaan. Soms wel heel letterlijk. Met je benen in de TRX hangen om je core te trainen? Niet slim. Ik verrekte een kniepees, en het kostte mij meerdere behandelingen bij manueel therapeut Marijn Michels (foto boven) om de klacht onder de knie te krijgen. De ironie: uiteindelijk verdween de pijn ná het lopen van de marathon.

Als vrienden of kennissen vroegen hoe het ging, vertelde ik over mijn problemen en veganistische smoothies. ‘Magere,’ kreeg ik te horen. ‘Dunne.’ En ‘sprinkhaan.’ Ik begon al snel parallellen te zien met het normale leven.
Als je afwijkende dingen in je leven doet (een goede baan opzeggen, backpacken, een studie volgen waar geen droog brood mee valt te verdienen, gewoon je hart volgen), dan zullen er altijd mensen zijn die de plannen uit je hoofd willen praten onder het motto: doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg.

Vis en brood
Ik blonk vroeger niet uit op school. Docenten wisten zich geen raad met mij. Dat ik goed was in geschiedenis, dat viel niemand op. En in mijn milieu (Bunschoten-Spakenburg), ging je dan op je 16de jaar werken, iets waar ik achteraf overigens heel blij mee ben, want er is geen betere leerschool. Ik was productiemedewerker, bouwvakker, palletreparateur, werkte in de vis en brood en was zeven jaar vrachtwagenchauffeur.

Op mijn 27ste wist ik na het voltooien van een 21-plustest toegelaten te worden tot het hbo. Op mijn 31ste startte ik nog een master internationale betrekkingen in historisch perspectief. Op mijn 34ste, vier jaar geleden, kreeg ik drie maanden voor mijn afstuderen een brief van de bank. Tot hun spijt moest mijn studentenrekening vanwege mijn leeftijd worden omgezet in een normale betaalrekening. Dat was het grootste compliment dat ik kon krijgen.

Het studieadvies dat ik op mijn 16de kreeg, klopte van geen kant. Maar achteraf was dit wel het pad dat ik moest bewandelen. Geschikt? Ongeschikt? Voor veel van die baantjes was ik totaal ongeschikt. Maar als je doorvecht, vind je wél iets dat bij je past.

Beren
Hardlopen staat voor mij symbool voor het normale leven. Je zult veel beren op je pad krijgen, blessures en ellende, maar als je volhardt en doorgaat, kan er iets moois gebeuren. Ik had alle redenen om dit hardloopproject te staken. Toen ik die lopersknie had en mezelf omdraaide in bed, werd ik wakker van de pijn: ik voelde de pees over mijn bot schuren. Ik kreeg er ook een knakkende heup overheen: snapping hip.

Ik stapelde fout op fout

Maar al die problemen had ik juist nodig om sterker te worden. Zonder tegenslagen, worstelingen, strijd, geen overwinning. ‘The race of life is a marathon, not a sprint’ schreef Tony Robbins in Money master the game. Hij had helemaal gelijk.
Als alles je maar komt aanwaaien, waarom zou je dan nog ergens moeite voor doen? Het is vergelijkbaar met een relatie: daar moet je aan werken, alleen op die manier kun je samen groeien. En groeien kun je alleen doen door fouten te maken en hard op je bek te gaan.

Mijn eerste twee halve marathons in Hoogland en Amsterdam liep ik in 1.54.55 en 1.54.53. Dat ik voor mijn doen zo snel was en zo probleemloos kon lopen, was voor mij een verrassing. Nuchter trainen of met een goede maaltijd lopen, maakt een wereld van verschil. Maar drie dagen na een halve marathon op de atletiekbaan laten zien, hoe stoer je wel niet bent en ervaren lopers in het laatste rondje eruit sprinten, dat is niet handig.

Ik liep een klein scheurtje op in een hamstring tijdens die tien rondjes van 400 meter. En dat drie weken voor de marathon. Sportmassages, rust en ingetapet en wel vloog ik niet helemaal zeker van mezelf naar New York. Mijn verst getrainde afstand? 23 kilometer. Een verkapte marathonrevolutie.

Fout op fout
Ik stapelde tijdens mijn eerste marathon ook fout op fout. Ik dronk vooraf veel te veel water en tijdens het lopen te veel zoete sportdrank en moest tijdens de eerste twintig kilometer drie keer urineren. Mijn ingetapete hamstring voelde ik gelukkig pas op kilometer 20. Urineren was geen pretje met al die wachtrijen voor de toiletten. Urinoirs voor mannen, dat kennen de Amerikanen niet.

sjaak-onderweg2Ik wist dat het parcours glooiend was en dat we bruggen moesten beklimmen. Ik had mijn heuveltrainingen echter ernstig verwaarloosd. Ik voelde mijn kuiten en hamstrings sneller dan dat ik had gehoopt. De gelletjes en nogarepen zorgden tot overmaat van ramp voor een klotsende maag.
Ik stopte dus maar met de gelletjes. Ik had er tijdens de wedstrijd vier bij me en één gelletje vloog met me mee terug naar Nederland. Dat verklaarde de enorm zware benen, de laatste twintig kilometer, vertelde een ervaren loper mij.

Op kilometer 26 hield de batterij van mijn pas aangeschafte hardloophorloge er mee op. Ik wist ineens niet meer hoe hard ik liep. Op kilometer 30 door je knieën zakken om beelden te maken met je GoPro? Niet handig. Die beweging is dan veel te riskant.
Op het ruwe beeldmateriaal is te zien dat ik mijn evenwicht verlies. Mijn knieband aan de binnenkant van mijn linkerbeen kreeg een opdonder. Ik moest hier nog twaalf kilometer op doorlopen naar de finish. Ik negeerde de pijn die toenam naarmate ik Central Park naderde. Pijn die twee weken na de marathon nog steeds aanwezig was.

Vochtige ogen
Ik naderde het park met vochtige ogen. Het besef dat ik ’m ging uitlopen. Ik wist er nog een sprint uit te trekken in deze groene long en beklom de finish in een tijd van 4.34.03. De meeste lopers om mij heen waren blij met de medaille, maar zwegen. Iedereen was te kapot om te jubelen. We hinkten allemaal naar de uitgang van Central Park.

Een dag later kocht ik de New York Times. Van de Groep, plaats 26.543. Ik stapte op een krakkemikkige mountainbike om met de groep van CliniClowns door New York te fietsen met een paar gammele benen en een medaille om mijn nek en wist: Short is the pain, long is the pride.
Ik wist ook: revanche. Als ik zonder horloge en met best wat gedoe zo’n vlakke race kan lopen, dan kan het op dit moment zeker een minuut of twintig sneller.

The day after pakten we met zijn zessen de metro richting Greenwich Village. Door onoplettendheid kwamen we uit in Brooklyn. In Brooklyn pakten we metro Q terug. Twee lopers die pijntjes hadden, van wie er één achterwaarts de trap afliep, moesten behoorlijk hun best doen om de metro te halen. ‘Rennen! Rennen!’

Metro Q was echter niet de metro die we moesten hebben. We kwamen ergens boven in een wijk waar het niet al te verlicht was. Na ruim anderhalf uur vonden we met knorrende maag eindelijk een goed restaurant waar we heerlijk aten en dronken een heerlijk glas wijn.

De zoektocht naar dit restaurant stond voor mij ook symbool voor de marathon. Je zult in je leven tegenslagen te verwerken krijgen. Hoe je daar op reageert, heb je zelf in de hand. Vecht je door, knok je voor de doelen die je je stelt, en misschien wel het belangrijkste, laat je je niet leiden door anderen, dan kunnen er hele mooie dingen gebeuren.

Van de Groep maakte deze beelden met een GoPro:

 

Tekst: Sjaak van de Groep