Lingo voor lopers

Zero drop, torsievrijheid, overpronatie, barefootstyle. Lees hier wat daaronder wordt verstaan.

woensdag, 15 maart 2017, 7:00
Lingo voor lopers

Bij de aankoop van nieuwe schoenen komt heel wat kijken.

Een goede voorbereiding is dus cruciaal. Met onderstaande woordenlijst waan je je helemaal thuis in de wereld van de hardloopschoenen.

Woordenlijst schoenentermen

Barefootstyle: Loopschoen zonder demping en drop.

Blown rubber: Rubber materiaal, verwerkt in buitenzool. Met lucht ingespoten, waardoor het zacht en licht van gewicht is.

Bovenwerk: Alles boven de tussenzool.

Buitenzool: De beschermende laag aan de buitenkant van de tussenzool.

Carbonrubber: Rubber materiaal, verwerkt in buitenzolen, dat is verstevigd met koolstofdeeltjes. Daardoor slijtvaster, maar tevens het zwaarste materiaal dat in loopschoenen wordt toegepast.

Correctieblok/element: Verharding in tussenzool om stabieler te lopen (mediale zijde).

Drop: Hoogteverschil van tussenzool onder achter- en voorvoet.

EVA: Ethyl Vinyl Acetaat, poreuze kunststof waaruit de meeste tussenzolen bestaan. Met uitstekende schokdempende eigenschappen.

Flex zone, flex groove: Buigingszone in voorvoetgedeelte.

Footbridge: Ondersteunend en corrigerend element, aangebracht in de tussenzool.

Lateraal: Buitenzijde van voet en schoen (rechterkant van rechterschoen).

Mediaal: Binnenzijde van voet en schoen (linkerkant van rechterschoen).

Memory Foam: Schuimachtig materiaal dat na het eerste gebruik persoonlijke pasvorm behoudt.

Minimal, minimalistisch: Loopschoen met weinig demping en drop.Monster: Prototype, sample.

Natural running: Barefootstyle en minimal.

Neutraal: Loopschoen zonder extra steun van correctie-element.

Offset: Zie ‘drop’.

Overpronatie: Natuurlijke afwikkeling van de voet (zie pronatie), maar met een te grote kanteling naar binnen.

Pronatie: Natuurlijke demping van de voet, waarbij enkel iets naar binnen kantelt. De voet zakt mediaal iets in, waarbij de voetboog voor demping zorgt.

PU: Polyurethaan, kunststof verwerkt in tussenzolen. Dichter van structuur dan EVA, maar duurzamer, zwaarder en stugger.

Sample: Prototype, monster(paar).

Slijtzool: Buitenzool.

Steunfase: Wanneer voet contact met de grond heeft.

Teensprong: De voorzijde van de zool loopt schuin af (omhoog) om de afwikkeling te vergemakkelijken.

Torsie: Natuurlijke verwringing (draaiing) van de voet in lengteas bij afwikkeling.

Torsiestijfheid: Mate van beheersing van torsie door de schoen.

Torsievrijheid: Mogelijkheid van enige torsie.

Tussenzool: Gedeelte tussen bovenwerk en buitenzool, dat naast het hoofdbestanddeel (dempend materiaal) ook stabiliserende systemen kan bevatten.

Zero drop: Geen hoogteverschil van tussenzool onder achter- en voorvoet.

Zo praat je in de winkel voortaan als een ware schoenenspecialist over de nieuwe schoenen die jij gaat aanschaffen. Bekijk wel eerst onze Schoenentest via Blendle of koop het maartnummer met de test in onze webshop.

 

Ontvang onze dagelijkse Looptip en de laatste nieuwtjes op Runnersweb automatisch per e-mail; meld je hier aan.

Foto: Getty Images