Bekentenissen van een marathondebutant (1)

Het hardloopblog van onze hoofdredacteur, die dit jaar zijn eerste marathon wil lopen.

zondag, 21 januari 2018, 19:48
Bekentenissen van een marathondebutant (1)

In zijn 42ste levensjaar wil onze hoofdredacteur dan eindelijk zijn eerste marathon gaan lopen. In dit blog houdt hij zijn vorderingen bij. Deze week: hoe het er eindelijk van kwam. Misschien.

Ik wilde het klein houden. Kijken hoe de langere duurlopen verliepen, een kleine marathon uitkiezen en er, naast mijn trainer en gezin, vooral niemand over vertellen. En toen… vertelde ik het in Koffietijd (RTL 4). Ze begonnen er nu eenmaal over. Zoals iedereen, altijd. ‘Loop jij hard? Hoeveel marathons heb je dan gelopen?’

Ieder vak of hobby zal wel één zo’n vraag oproepen (‘Astronaut? Hoe vaak heb jij dan op de maan gestaan?’). Dat is niet erg natuurlijk, maar het is lastig niet de lichte druk te voelen om ook maar eens een marathon te lopen/op de maan te gaan staan. Hoewel het een verschrikkelijk eind is. Allebei.

Ik ben eigenlijk een 800 meterloper. Nou ja, dat zeg ik altijd, maar ik weet niet of mijn drie 800 meterwedstrijdjes in de afgelopen acht jaar daarvoor wel volstaan. In mijn recentste 800 meter, afgelopen zomer, werd ik wel Nederlands kampioen 800 meter in de (hele mond vol..) categorie mannen van 40 tot 45 jaar.

Maar nu is het tijd voor de marathon dus. Die van Utrecht, denk ik, al was het maar omdat die route twee keer langs mijn ouderlijk huis leidt. Eindeloos veel kilometers liep ik daar, als Bunnikse lichtgewicht, door de bossen van Rhijnauwen.

Zelfs mijn eerste verhaal, ik was 7, ging over dat bos, herinner ik me nu. Ik geloof niet dat er veel in dat verhaal gebeurde, maar dat zal in de marathon niet anders zijn. Je neemt eens een slok, lukrt eens een gelletje en je denkt heel vaak ‘hoe ver is het nog?’ Zo stel ik het me voor.

Ik hoop wel dat mijn ouders langs de kant staan. Bij mijn allereerste wedstrijd, 30 jaar geleden, stond mijn vader langs de kant. Ik vroeg hem een banaan vast te houden, dan zou ik die onderweg grijpen.

Dat 2,5 kilometer nog niet vraagt om een al te minitieuze bevoorrading had nog niemand mij verteld. En dat honderd meter voor de finish dan ook niet de beste plaats is voor je persoonlijke verzorger, al helemaal niet, kennelijk. Ik won de wedstrijd, maar vergat in mijn eindsprint die banaan aan te nemen.

Ik meen dat mijn vader, die in alles op mij lijkt, na afloop vooral oog had voor de tweede constatering in die zin: ‘Olivier, ik stond daar dus, tien minuten, als malle henkie met die banaan in mijn hand. En dan loop je me voorbij.’
Mijn vader draagt altijd een pak, dat moet ik er bij vertellen. Ook op het strand, ook langs de kant bij een wedstrijd.

Een man in pak, met een banaan die hij na tien minuten weer opbergt, ik kan me zomaar voorstellen dat dat inderdaad meer aandacht trok dan mijn glorieuze overwinning die dag. Er wint altijd iémand, niet waar?

Hoe dan ook, pap: als ik de marathon van Utrecht ga lopen, reken ik onderweg op die banaan.

Olivier Heimel

Lees ook:
Week 2: De lange, lange duurloop
Week 3: De testwedstrijd
Week 4: De 30 km van Schoorl
Week 5: Beste marathon,
Week 6: Niet normaal
Week 7: Wachten
Week 8: Nog een week
Week 9: De finale